Het surfdorp
We zijn weer thuis. Althans: we liggen weer aan de wal. Het waaide zondag kneiterhard: je moest je vast houden als je van voor naar achter over het schip wilde. Dus ging de duik op het Russisch Dok niet door en ook de duik op de Vinca Gorthon niet. Balen, daar hadden we ontzettend zin in.
Angel – dat is de baas aan boord – wilde meteen door naar Scheveningen. Best fijn voor al die eenzame mannen op het schip, die al de hele week hun vriendinnetje misten. We hebben tijdens de expeditie heel veel fisherman’s friends-momentjes gehad.
Eddy had een hartvormig kussentje gekregen van zijn vriendin, met twee armpjes eraan. En onze bioloog Reindert: daar was iedereen jaloers op. Voor elke dag had zijn vrouw een cadeautje meegegeven: een MP3-speler met de geluiden van baby Lenthe (daar hadden wij dan weer wat minder mee) , chocola, een zak dropjes… Die waren in nog geen twee minuten op trouwens, alsof er een school piranha’s langs was geweest.


Laten we het er op houden dat de hereniging heel erg gezellig was. We hebben ineens een paar extra passagiers aan boord. Ook een heel klein meisje, Gwyn, dat in haar roze prinsessenpyjama een kooitje heeft gekregen. We zagen Pascal – type stoere bonk – langslopen met een speelgoedpop.
Intussen was de rest van het expeditie-team en de crew maar aan het passagieren gegaan. Het surfdorp werd slachtoffer van een stuk of zestien uitgelaten types. Beetje vreemde combinatie: surfdudes en onze kok Tom. Hij had er zin in, net als crewlid Steven! Terwijl ik dit verhaal zit te tikken, zijn ze nog steeds niet thuis. Hij had écht geen biertje nodig om heel veel lol te hebben, maar hij kreeg er toch een aantal. We hopen dat het goed gaat, maandagochtend staat scheepsarts Jasper (hij zat ook in de kroeg) gereed met paracetamolletjes en zwaarder spul.
Misschien is het nodig, we willen nog even één keer de zee op. Gewoon om het af te leren, een duikje op de Adder. En dan is Expeditie Doggersbank 2012 voorbij. Volgend jaar opnieuw???
Annet van Aarsen
Expeditie Doggersbank: Monsternet in probleem
Vandaag was weer een goede dag voor ons onderzoek. Onze eerste meting van de dag was vandaag gepland rond negen uur. Het zonnetje scheen en er stond niet al te veel wind. Dit gaf goede moed voor de rest van de dag.
Maar helaas, een half uur later kregen wij te horen van een van onze collega expeditie leden dat onze aanwezigheid aan dek wel handig zou zijn. Ons net bleek namelijk in de schroef van het schip te hangen. Nadat het net vakkundig verwijderd was door expeditielid Bas Poelman konden wij de schade aan het net bekijken. Op het eerste gezicht leek het net in orde te zijn, alleen het monster was niet meer te gebruiken door vervuiling van de schroef.

Niet veel later voer het schip weer verder richting de volgende duikplek, waar wij een tweede poging zouden gaan doen om een meting te doen. Kort nadat wij het net voor de tweede keer hadden uitgehangen op de nieuwe locatie ging het weer (bijna) mis. Door miscommunicatie met de crew van het schip, ging het schip varen om beter bij de duikboei te komen. Probleem is alleen dat het net kapot zal gaan als het uithangt terwijl het schip vaart. Gelukkig waren wij net op tijd om het net binnen te halen.
Aan het eind van de dag hadden wij nog een laatste kans om een monster te nemen. Met het laatste beetje goede moed gooiden wij het net uit, maar toen wij het net omhoog haalden om het beter uit te werpen zagen wij dat het net toch gescheurd was.
Gelukkig was daar de redder in nood: Eddy van Vliet, de man van duizend en 1 ambachten die ons uit de brand hielp door het net te repareren. Het mocht echter niet meer baten voor de meting van vandaag, want het schip zou alweer bijna vertrekken.
Dit alles zou bijna een teleurstellende dag als eindresultaat opleveren, ware het niet dat wij vanavond de mooiste zonsondergang van deze expeditie hebben mogen zien.
Rariteiten
We zitten net naar de beelden te kijken die Klaas maakte met de GoPro camera die hij standaard op zijn helm heeft gemonteerd. De avondduik op het wrak van de Esk. Voor het eerst hebben we slecht zicht gehad: hooguit een meter. Het was dus een beetje kruipen over het wrak, Klaas zit er in elk geval met zijn neus bovenop.
De Esk is een Brits schip dat in de Tweede Wereldoorlog op een eigen mijn liep. Een oorlogsschip: we zien de usual suspects: hulzen en granaatkoppen, maar ook veel staand wand en vislijnen. De eieren van de dwergpijlinktvis, wat steenbolken… Ineens zie je dat de blik van Klaas scherp opzij schiet: een bierblikje. En nog één, en nog één. Raar! Wie heeft hier een feestje gevierd?


Ook raar vandaag was de eerdere duik van Udo, op het grind van de Klaverbank. Hij dook mee met de biologen en hij had zijn zinnen gezet op de Stiefelslak, een kauri die we vorig jaar voor het eerst ontdekten op dodemansduim en waar we dit jaar opnieuw naar op zoek zijn. Toen vonden we de slakken vooral op de Klaverbank, dus dat moest tijdens deze duik op het grind ook lukken.
Udo had de biologen gevraagd om het fotogenieke diertje vooral aan te wijzen. Maar eenmaal beneden vonden zij er zo veel, dat ze dachten dat Udo ze beslist niet over het hoofd zou zien. Ze hebben er geen één aangewezen, alleen maar exemplaren in potjes gestopt. En Udo heeft er dus geen één gezien. Raar! En een beetje verdrietig voor Udo, die speciaal zijn macrolens op zijn camera had gezet. Hij is nog steeds uit zijn hum.
Bijzonder raar was dat onbekende wrakje van vanmiddag dat zich maar niet liet vangen. De eerste keer dat we het dregankertje er op gooiden, zagen we al snel dat die van het wrak af was gegaan. De boeitjes verdwenen steeds verder uit het zicht. De tweede keer leek het goed te aan. Maar toen Klaudie en ik langs de lijn naar beneden doken, vonden we al snel Pascal en Bas, die als eersten het water in waren gesprongen en nu hun stops aan het uithangen waren. Raar! Wat deden zij zo vroeg al aan de opstijglijn? Als we – ondanks heftige gebaren van Pascal – toch besluiten verder naar beneden te duiken, zien we al snel wat er aan de hand is: beneden danst het anker op het ritme van de hoge golven aan het oppervlak over een kale zandbodem. Raar! Geen wrak te zien.
Heel érg raar is de enge worm die Joop tijdens de eerste duik van vandaag ontdekte en die hij nu in een petrischaaltje heeft gelegd om te bestuderen. Een afzichtelijk beest om te zien, iets waar je nachtmerries van kunt krijgen. De biologen hebben moeite om het gedrocht te determineren, hij lijkt niet in de Nederlandse soortenlijst voor te komen. We zitten er nu allerlei rare Nederlandse namen voor te bedenken, een leuk spelletje.
Over Joop gesproken: het lijkt er op dat hij inmiddels goed is ingeslingerd. Was hij de eerste dagen alleen aan dek en in zijn bed te vinden, nu is hij hard aan het werk aan de tafel in de leefruimte: de plek waar het schip het meeste slingert. Raar: die karakteristieke groenbleke kleur van Joop is verdwenen. Dat hebben we op andere Noordzeetrips nog niet eerder meegemaakt.
Annet van Aarsen
De scheepsarts
Echt serieus in actie heeft hij nog niet hoeven komen. Maar toch zijn we erg blij met onze duikende scheepsdokter Jasper. Hij kent het klappen van de zweep, heeft vijf jaar lang als arts bij de marine gewerkt. Bij het Duikmedisch Centrum Den Helder zat hij een tijdje, maar ook op de Hrms. Johan de Witt (Noorwegen en Somalië) en – op uitwisseling – aan boord van de Amerikaanse helikopter carrier USS Kearsarge.
Op die schepen ging het net zo als aan boord van de Cdt. Fourcault, zegt Jasper. Paracetamolletjes uitdelen, af en toe een pleister plakken of in een oortje kijken. Hij heeft ook bijzondere tips: een aardappel om je nek hangen tegen zeeziekte bijvoorbeeld. Die aardegeur schijnt te helpen. Bij die marinegasten werden er verder ook wel eens condooms verstrekt als het schip in een ver oord aan de kade lag. En antibioticakuurtjes uitgeschreven na afloop van het passagieren. Dat van die condooms is tot nu toe aan boord van de Cdt. Fourcault niet aan de hand: we hebben nog geen kade gezien.
Wel een paar keer bloed. Bijvoorbeeld een gescheurde lip na een onzachte botsing (vanwege de golven) met de bodyboard achter de Rib. En, o ja: die stiefelzagen zijn heel gevaarlijk. Vooral boven water. Supportduiker Ivar kan daarover meepraten. Die zat aan dek rustig een paar krabben uit een naar boven gebracht visnet te snijden, toen zijn collega Pascal ineens uitschoot.

Een duiker met stiefelzaag, zo juist een zeekreeft bevrijd uit een vissersnet.
Daar zijn mooie foto’s van gemaakt. Een dek dat rood zag van het bloed, een gruwelijk gapende wond in een wijsvinger en Ivar die we (tegen de pijn) op een houtje lieten bijten (dat was een grapje maar het deed het leuk op de plaat). Hij loopt nu rond met een dik ingepakte vinger.
Jasper heeft een prachtige EHBO-rugzak samengesteld. Eentje met middelen die we nog niet in stelling hebben hoeven brengen. Er zit adrenaline in en morfine, infusen: van alles wat je in een normale EHBO-kist niet tegenkomt. Ivar had natuurlijk best wat van die morfine willen testen. Maar Jasper houdt het bij een stukje verband. Geen drugs, we leven hier allemaal heel gezond.
Annet van Aarsen
Duiken of meten
Na een gezellige avond gisteren met de nodige borrel was het vanochtend weer op tijd op om te ontbijten en vervolgens een uur gaan varen naar een nieuwe duiklocatie. Dit zou een snelle duik worden. Eenmaal aangekomen kon er direct gedoken worden en zodra iedereen weer aan boord was vertrokken we direct naar de volgende locatie.
Het schoon duiken van de wrakken heeft wel zijn vruchten afgeworpen want er zijn al vele kilos netten van de wrakken gehaald. Duikers vinden de netten op de bodem nabij de wrakken, maar ook veel staandwandnetten die zoals de naam al zegt in het water ‘staan’.
Vissen en kreeftachtige komen hierin vast te zitten en sterven een langzame dood. De ideale omstandigheden voor ons onderzoek naar microplastics is veel stroming in het zeewater. Voor duikers is het juist net andersom. Bij het duiken kunnen zij juist zo min mogelijk stroming gebruiken. Het is dus voor ons zoeken naar de momenten waarop het schip stil ligt en de stroming het grootst is.

Zojuist hebben we het monsternet uitgehangen met een kraan langs het schip. We hopen hier mee extra stroming te pakken en zo min mogelijk vervuiling vanaf het schip in het monster te krijgen.
De dagen hier op zee beginnen vroeg en eindigen laat. We merken dat het leven op zee meer energie kost en gaan we vanavond maar vroeg op stok. Zo hebben wij morgenvroeg weer de energie om nieuwe metingen te doen.
Lars en Nils
Op jacht naar een geschiedenis
Het meest noordelijke puntje van Nederland op zee? Op de zeekaart heet het Doggers Tail End. En op diezelfde kaart is te zien dat er best wat wrakken liggen. Maar ze hebben in de regel geen naam, slechts een nummer. Het is compleet onduidelijk wat er precies op de bodem ligt.
Dat maakt het natuurlijk hartstikke geinig om op zo’n onbekend object een duikje te wagen. Wat komen we tegen? Oorlogsschip of vissersboot? Hout of staal? Aan boord hebben Ivar en Pim de taak om zulke onbekende wrakken in te meten, een schets te maken en zo veel mogelijk kenmerken te noteren. Ze krijgen daarbij hulp van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed.
De mooiste duik voor hen is tot nu toe die op wrak 6172. Zo’n veertig meter lang, vrij smal, een karakteristieke veegkont en nog steeds recht op in het zand. Twee mastvoeten en een hulpketel. Pim en Ivar, die er gewapend met een snijplank (om op te schetsen) twee duiken op maakten, dachten eerst aan een zeilschip, een tweemaster.
Tot Ivar in alle documentatie die hij bij zich heeft, stuitte op een incident dat te boek staat als de Russian Outrage (1904/1905). Rusland had op dat moment ruzie met Japan en de Baltische vloot onder leiding van admiraal Roshdestvensky was op oorlogspad. Op de Doggersbank voer op dat moment een vloot van tachtig Engelse vistrawlers en die had de pech om de Russen tegen te komen. Wat de Russen heeft bezield, is een compleet raadsel, maar die dachten dat ze de Japanners voor zich hadden. Ze hadden last van stress, zegt Ivar. En daarom openden ze het vuur.
Gelukkige voor de vissersvloot konden de Russen niet zo goed schieten. Alleen de vistrawler Crane werd tot zinken gebracht. In het artikel dat Ivar bij zich heeft, staat mooi beschreven wat de bemanning meemaakte. Matroos William Smith probeerde de hulp in te roepen van de andere vissersboten. ,,Hurry lads, we are crippled and sinking.’’ Twee bemanningsleden vonden de dood.

Bij het verhaal staat ook een plaatje van een Engelse vistrawler: precies dezelfde kenmerken als wrak 6172. Ze hebben geen idee of het wrak inderdaad de Crane is, zeggen Ivar en Pim, maar het zou heel goed kunnen. Zo komen ze op jacht naar de geschiedenis van wrak 6172 een heel eind in de richting van een oplossing van het mysterie.
Tot verrassing van supportduiker Harold. Die had een ‘A’ gevonden op een stuk staal, één van de letters van de scheepsnaam. En hij had het wrak daarom al de naam Maura gegeven (daar zitten immers ook een paar A’s in) naar zijn dochter. Hij moet nog even wennen aan de naam Crane, maar begint helemaal te glimmen als hij de foto van de Engelse trawler ziet. ,,Hé, dat is grappig!’’
Annet van Aarsen

Arme biologen!
Woensdagochtend, we zitten in het uiterste noorden van de Doggersbank. Recht boven wrak nummer 6069 om precies te zijn: een oud vissersscheepje met een dieselmotor dat op een prachtige diepte (27 meter) in het zand ligt. Perfect voor de biologen, die een broertje dood hebben aan heel diep en aan duiken met trimix. Diep betekent een stage met decogas meeslepen en korte bodemtijden maken: dan kunnen ze niet zo veel dieren vangen, foto’s maken, ontdekkingen doen. En dat vinden ze dus helemaal niks.
Wrak 6069 is dus op voorhand een droomduikplek voor de biologen. Maar vanmorgen bleven ze aan boord, met de pest in hun lijf. De koelkast in het biologenhok puilt helemaal uit en verder vinden we ook op andere plekken op de Cdt. Fourcault potjes, emmertjes en bakjes met ondefinieerbare monsters.
De biologen lopen hopeloos achter, ze vinden véél te veel tijdens hun duiken. De tientallen monsters moeten allemaal gedetermineerd en verwerkt worden. Ze krijgen een kaartje met de wetenschappelijke naam, een nummer en de vindplaats en een zachte dood in een zakje alcohol. Het is een gigantische klus.

,,We slaan een duik over’’, zei Arjan vanmorgen. ,,We moeten nu écht de achterstand wegwerken.’’ Als wij van een leuke duik terugkomen staat de lange eettafel vol met petrischaaltjes en hangt de leefruimte vol met vreemde luchten. Reindert krijgt op zijn falie als hij toch ook nog maar eens de bigbag overhoop haalt die voor op het dek staat, gevuld met losgesneden visnetten. Hij haalt er een paar mooie paardenmosselen uit en een drijver vol zeepokken. ,,Stop, stop daarmee: straks kunnen we vanmiddag ook niet duiken.’’
’s Middags springen ze toch weer met hun duikset overboord, voor een duik op opnieuw een onbekend wrak. Ze gaan helemaal los en komen boven met opnieuw een grote hoeveelheid potjes en zakjes. ’s Avonds zitten ze opnieuw tot diep in de nacht te werken.

Arme biologen! Ze gunnen zichzelf geen rust. ,,Overdrijven jullie nu niet een beetje?’’, vraagt kapitein Pim. Nog niet eens halverwege de expeditie zijn ze eigenlijk al klaar: ze zouden tachtig Noordzeesoorten meenemen voor Naturalis. En ze hoopten het succes van Expeditie Doggersbank 2011 – als het gaat om het vinden van voor Nederland nieuwe soorten te evenaren. Dat dat gaat lukken, lijkt inmiddels meer dan waarschijnlijk. ,,We kunnen naar huis’’, zeggen de biologen tegen de kapitein. Maar ze willen nog niet.
Annet van Aarsen
Slechte tijden, goede tijden?
Vanaf vandaag zou het tij gaan keren. We hebben twee dagen met veel wind, regen en golven achter de rug en gisteravond kwam Ben met goed bericht. De wind gaat liggen en daarmee wordt de zee vlak en bovendien is het dood tij. We hebben de hele dag gevaren om ’s avonds op de Doggersbank aan te komen en het plan was om deze morgen te gaan duiken op de Jeannette Kristina. Vorig jaar heeft Klaudie haar mooiste kabeljauwbeelden op dit Deense visserskottertje geschoten en Cor en ik hebben deze vissen toen helemaal gemist, omdat we met laatste groepen mee doken. Vandaag gaan we het anders doen. Cor en ik gaan te water direct na Klaas en Robertino die de shotlijn vast gaan maken. En als de kabeljauwen er nog zitten dan zijn wij de eerste!

Beneden aangekomen brengen we onze flitsers in positie en we zullen de kabeljauwen elk langs een andere kant van het wrak gaan benaderen: ik ga linksom, Cor rechtsom. Wanneer ik om de hoek kijk zie ik tot mijn verbazing geen school met kabeljauw, alleen het bekende houten vissersbootje en waarschijnlijk had Cor dezelfde verbazing toen hij om de hoek kwam. Het blijkt maar weer dat de natuur zich niet laat dirigeren en natuurlijk maken we er het beste van, want het blijft een mooi wrakje, met haar rijkelijke begroeiing van anjelieren en dodemansduim. Bij de achtersteven is het opgerolde vissersnet inmiddels ver afgerold en daarin zitten twee vers verstrikt geraakte koolvissen.
Helaas komen we voor hen te laat, beide zijn dood. Maar de toekomstige vissen mogen blij zijn want het net is nu geborgen. Na een bodemtijd van zo’n 40 minuten stijgen Cor en ik weer op en tijdens mijn decostop denk ik terug aan een mooie duik op een schattig wrakje waar het leuk fotograferen is, zelfs zonder die school met kabeljauw!
Eenmaal terug aan boord, wordt er een juichende Wouter in de kooi omhoog gehesen: ‘HEB JE DIE ZEEWOLF GEZIEN!!!’….. Zucht, dat hebben zij weer wel en Cor en ik weer niet… En als klap op de vuurpijl laat Klaas op zijn laptop zien wat zijn kleine GoPro camera gefilmd heeft toen hij de reel uitzom: een enorme school met kabeljauw, die we alleen kennen uit de beelden van Klaudie.
’s Middags duiken we op een nieuw wrak op de Doggersbank en wederom gaan Cor en ik vroeg te water om de eventuele aanwezige kabeljauwen op de lichtgevoelige chip vast te leggen. Dit keer weer geen geluk qua kabeljauw, maar het doet er niet echt toe, want het zicht is redelijk en de zon schijnt en da’s fijn fotograferen. Het valt me op dat het macroleven hier vrij uitbundig is en dus hoop ik dat we hier ’s avonds nog een nachtduik kunnen doen. Gelukkig waren de biologen hierover unaniem: indien ze voldoende tijd hebben kunnen ze hier wel tientallen nieuwe soorten voor Nederland gaan vinden! En een aantal zijn er al tijdens deze middagduik mee naarboven genomen. De spectaculairste is wel de ijszeester. Deze is vandaag voor het eerst in Nederland gezien, wat wonderbaarlijk is, want deze soort is zeer algemeen in bijvoorbeeld Scandinavië en Schotland.

Tijdens de nachtduik ga ik hier gewapend met de 105 mm macrolens te water en nu is het mijn beurt om beesten te gaan scoren, maar helaas had zich in de tussentijd een ander probleem de kop opgestoken: ZEEDEINING! Op 27 meter diepte slingert alles nog als een dolle van links naar rechts en kijkend door de 105 mm macrolens wordt alles alleen nog maar verergerd: daar helpt geen stabilisatiemotor of wat dan ook nog tegen, en dus probeer ik maar wat.
Het zat toch niet helemaal mee vandaag en morgen ga ik kijken wat ik vanavond geschoten heb. Ik verwacht er niet veel van, maar wie weet valt het mee. Nu ga ik eerst maar lekker slapen en morgen gaan weer met frisse moed te water!
Udo van Dongen
Mijn eerste keer
Maandagochtend vroeg gingen we op de Gressholm duiken. Een klein vrachtschip dat ergens in de jaren twintig van de vorige eeuw is gezonken. Maar terwijl bijna iedereen de avond ervoor al in bed lag, hakte Harold samen met de kapitein een moeilijke knoop door: geen wrak te vinden, de duikers moesten maar een keer op het zand. Zo stoomde de Cdt. Fourcault op naar een ondiepte van dertig meter op de Klaverbank.
Het gebeurt wel vaker hier aan boord. Dan word je wakker en blijken de plannen ineens weer veranderd. De omstandigheden zitten tot nu toe helemaal niet mee: het gemiddelde aantal duiken per dag is de eerste dagen slechts één.
De meeste mensen aan boord duiken liever op een wrak, maar vanwege het slechte weer grijpen we elke mogelijkheid aan om te water te gaan. Wouter liet nog even zijn camera op de bodem zakken voor een preview en toen bleek dat er een mooie grindbodem op ons lag te wachten, stond er al snel een rijtje duikers op het dek te wachten tot ze het water in mochten. Een prachtige duik bij golven van een meter of drie, met veel dodemansduim en een grote verscheidenheid aan naaktslakken.


We zouden, nadat iedereen weer aan boord was, een klein stukje varen naar de Stanislaw Dubois, een carbidschip dat na een aanvaring geen haven meer in mocht en uiteindelijk in een diepe geul in de Noordzee tot zinken werd gebracht. Maar de wind nam nog meer toe. En zo waren we ineens een heel stuk aan het varen. Geen duiken meer vandaag, we grijpen het slechte weer aan om in één klap naar het noordelijkste puntje van de Doggersbank te varen.
Op dat traject gebeurde het dus: mijn eerste keer. Het ene moment lag ik in de gemeenschappelijke ruimte op de kingsize bank te loungen – niet de allerbeste plek bij woelig weer, het leek wel een kermisattractie in slow motion – het volgende moment kreeg ik het spaans benauwd en stond ik buiten naar mijn eigen brokken te kijken die over de railing verdwenen. Zeeziek! Voor het eerst! Een kwartiertje later voelde ik me een stuk beter. En zat ik weer binnen aan de lunch – gemarineerde zalm – over mijn brokjes te vertellen. Jij bent niet zeeziek, zei Klaas. Hou even op met die vieze praatjes, zei Wouter.

Vanaf nu wordt alles beter. Er is een hoge druk gebied in aantocht en we verwachten windstil weer, een lekker zonnetje en een temperatuur van 28 graden. Het duiken kan beginnen. We liggen voor anker op de Doggersbank, vlak naast het wrakje van de Jeanette Kristine. Dat is de plek waar de biologen vorig jaar hun meeste nieuwe soorten scoorden voor Nederlandse soortenlijst. En niemand is meer zeeziek.
Annet van Aarsen
Inter Ocean II
Heel gezellig zag het er niet uit, zondagochtend. Slagregens en hoge golven. We misten de eerste duik op de Russische onderzeeër. En ook de tweede kentering sloegen we over: hondenweer. Dan zit er maar één ding op: een stukje gaan varen, zodat we in elk geval dichter bij de Doggersbank komen.
De wrakduikers keken the Avengers op het grote scherm. En de biologen? Die lagen op bed. Behalve Arjan Gittenberger: hij zat in het biologenhok te rommelen. Dat hok beslaat hooguit vijf vierkante meter en is helemaal volgebouwd met apparatuur, met dozen en kratten. Er liggen honderden flessen en potjes, zuurkoolvaten vol met alcohol, stapels boeken en formaldehyde voor eventuele monsters van algen, want die kunnen niet zo goed tegen alcohol.

Arjan en zijn collega’s zijn van plan om vele tientallen monsters mee naar boven te nemen. Dat doen ze voor NCB Naturalis in Leiden. Het rijksmuseum heeft bijzonder weinig van de Noordzee in huis en deze expeditie maken we een klein beginnetje aan de groei van die collectie.
Arjan wil maar liefst tachtig diersoorten scoren, zegt hij, meerdere monsters per soort. Vandaar dat dat biologenhok helemaal volgebouwd is.
Potjes, dat is dus de ene helft van het thema, dit jaar. Maar dan moeten ze wél vol. En dan moet er dus wél gedoken worden. Aan het einde van de middag breekt het zonnetje door. De Cdt. Fourcault ligt intussen boven de Inter Ocean II, een olieplatform dat in 1989 tijdens een storm is vergaan. De golven zijn nog steeds zo hoog als een bescheiden huis.
Springen of niet? We gaan, natuurlijk. Er moet nog veel werk worden gedaan. In elk geval door de biologen. Als we allemaal weer uit het duikpak zijn, zitten de heren in een petrieschaaltje te turen. Een stuk of vijf verschillende soorten naaktslakken kruipen er rond. Nog eventjes, en dan krijgen ze een alcoholbadje.
Annet van Aarsen

Kilo’s en potjes
We zitten op zee. Rollen en stampen, het is vasthouden bij elke stap. De briefing, in de grote leefruimte, is niet bij iedereen goed gevallen. Een paar expeditieleden vertrokken nogal wit naar boven, even een frisse neus halen.
Het was een klus om alles in Scheveningen aan boord te krijgen. Meer dan twintig zuurstofflessen en twaalf heliumflessen. Kapitein Pim heeft er speciaal een vrachtwagentje voor laten komen met een kraan. Verder tientallen dubbelsets en stages, dikke scooters, stapels kisten en een hele winkel aan reserveduikmateriaal. Twee extra compressoren zijn aan boord getild, want het gaat niet gebeuren dat er door een mankementje aan de grote compressor niet gevuld kan worden.

Die enorme lading staat nu vastgesjord. Bootsman Gabby heeft met de expeditieleden een rondje over de Cdt. Fourcault gemaakt: waar liggen de reddingsmiddelen, waar is de nooduitgang en wat moeten we doen als er iets mis gaat.
Inmiddels loopt iedereen in hagelnieuwe expeditiekleding: een lekkere warme muts, een hoodie en het nieuwe expeditie shirt. Op de voorkant staat stuntman Frankie, de vorig jaar liet zien dat hij heel goed en heel lang aan een helikopter kan hangen. Jammer genoeg is hij er dit keer niet bij. De nieuwe namen hebben we inmiddels allemaal op een rij: bemanningsleden Steven, Wim en Leo, bioloog Reindert, supportduikers Bas, Pim en Ivar en twee jonge onderzoekers, Nils en Lars. Voor de rest zijn het allemaal oude bekenden.

Nils en Lars duiken niet, maar ze kunnen wél filmen. En daar is vooral filmster Klaudie erg blij mee. Vorig jaar maakte ze zich zorgen dat ze mooie momenten zou missen. Dat ze nog onder water zou zijn, als er iets geks aan boord gebeurt.
Dat probleem is dus getackeld. En we hebben ook al weer een thema voor deze trip. Iedereen moet er nog een beetje aan wennen, het oude thema van vorig jaar zite r nog goed ingebakken. Biologen versus wrakduikers, was het toen: twee kampen aan boord. Maar tijdens Expeditie Doggersbank 2012 gaat het over Kilo’s en Potjes. Hoe dat zit, daar komen jullie nog wel achter.
Annet van Aarsen
Storm!
We zijn nog niet op zee. Het Hollandse weer – het lijkt wel alsof de zomers steeds slechter worden – gooit roet in het eten. Buiten staan er golven van meer dan twee meter. Voor kapitein Pim en expeditieleider Ben reden om het vertrek van Expeditie Doggersbank 2012 een dagje uit te stellen. Voor zulke golven draai je na een week op zee je hand niet meer om. Maar het zijn geen perfecte omstandigheden om er even lekker in te komen, als het om Noordzeeduiken gaat.
Nog één nachtje slapen in een gewoon bed, in plaats van in een kooi. En iets meer tijd om alle spullen in te pakken. Omdat we niet zo lang geleden verhuisd zijn, hebben Rutger en ik moeite om alles te vinden wat we nodig hebben. Waar ligt ook al weer dat reserve droogpak?
We hebben het er al maanden over en morgen gaat het dan eindelijk gebeuren: een ruime week de Noordzee op. Ik ben benieuwd of we er weer in slagen om een aantal voor Nederland nieuwe diersoorten te vinden. Of die enorme school kabeljauwen nog steeds bij het wrakje van de Jeanette Kristine woont. En of de kok aan boord nog steeds zo goed kan koken als vorig jaar.
Lekker eten, dat is heel belangrijk op zo’n expeditie. Maar de grote reisleider Pascal van Erp waarschuwt nu al dat dat er voor sommigen de eerste dagen niet in zal zitten. Vanwege het schommelige weer.
Tijdens Expeditie Doggersbank 2011 kwamen we er achter dat alle biologen aan boord gevoelig waren voor hoge golven en dat ze allemaal een rond scopaderm pleistertje achter hun oor hadden geplakt tegen zeeziekte. Joop Coolen had het wat dat betreft het moeilijkst, maar hij hield stug vol.
De tip van Pascal voor de komende dagen: ,,Heb je bij een strak zeetje al een biologensticker nodig? Plak er dan meteen maar twee voor de zekerheid of vraag Joop om aanvullend advies!’’ Ik duim voor tropisch zomerweer en een spiegelgladde zee.

Foto: Cor Kuyvenhoven