In de Tweede Wereldoorlog streden de Bristol Blenheim en de HMS Stubborn mee in de strijd tegen de Asmogendheden. Beide kregen te maken met vijandelijk vuur, waarbij de een direct zonk en de ander zichzelf in veiligheid wist te brengen. Ze rusten nu op de zeebodem van Malta waar het geliefde, maar ook een beetje koppige duikobjecten zijn geworden voor techduikers.

Het is 13 december 1941. Vanaf vliegveld Luqa in Malta vertrekken vijf Bristol Blenheim bommenwerpers richting de haven van Argostoli om een vijandelijk schip aan te vallen. Boven de Middellandse Zee wordt er eentje onder vuur genomen door een Italiaanse Macchi C200s. Dit jachtvliegtuig schiet de linkermotor van de Blenheim kapot en de propeller vliegt met een duizelingwekkende snelheid in stukken.

Piloot Frank Jury houdt de lichte bommenwerper in de lucht en draait om richting vliegveld. Boordschutter Dennis Mortimer gaat in de tegenaanval, maar hij is kansloos. Zijn kanon is vastgelopen en kan niet meer draaien. De Macchi C200s achtervolgt de bommenwerper nog vele kilometers, maar plotseling geeft hij op. De Bristol Blenheim weet op 30 meter hoogte met een rokende motor de kust te bereiken. De bommen worden gedumpt en daarna maakt de piloot een noodlanding op het water, vlak bij een vissersboot. Piloot Frank is door de klap buiten westen maar de overige twee bemanningsleden weten hem te redden uit het drijvende vliegtuig. De Blenheim is wonderwel redelijk intact gebleven maar zinkt alsnog naar de bodem.

De Bristol Blenheim wordt gereed gemaakt voor het volgende gevecht.

Verloren in de strijd

Het typische Maltese vissersbootje, een luzzu, ligt al in de haven van St. Paul’s Bay op ons te wachten. We sjouwen onze uitrusting aan boord en naast onze technische gids zijn wij de enige duikers. De diesel pruttelt rustig en brengt ons zoals elke keer verrassend efficiënt naar ons doel, de gezonken Bristol Blenheim, in dit geval ongeveer een half uurtje varen. Aan boord is er veel ruimte en door de simpele opbouw trekken we eenvoudig onze dubbelset aan, zelfs de stage kun je hier alvast bevestigen. Vanuit het kleine poortje spring ik in het water, er is amper deining, geen stroming en ik voel een lichte spanning door mijn nieuwsgierigheid naar het wrak van de bommenwerper. Terwijl ik afdaal, zie ik al snel de onmiskenbare contouren van een vliegtuig. Het zicht is ontzettend goed en laat op het eerste gezicht niets aan de verbeelding over. Omdat het niet stroomt zwem ik rustig van de shotlijn weg, richting de rechtervleugel. Voorzichtig kom ik boven het wrak tot stilstand. Ondanks de goede omstandigheden kun je hier makkelijk stof maken, dat wil ik niet!

De bommenwerper is nog duidelijk te herkennen.

De piloot heeft het kwetsbare vliegtuig netjes op het water geland en daarmee het leven van drie mensen gered. Met respect zwem ik extra voorzichtig een rondje om het wrak en met zijn 17 meter spanwijdte is het niet groot. We duiken ruim 40 meter diep en met onze dubbelset hebben we ongeveer 40 minuten bodemtijd, daarom neem ik alle tijd om de details rustig in me op te nemen. Stukken van de vleugels zijn door de tand des tijd verdwenen en leggen het geraamte eronder bloot. De ketting zit nog gespannen om de tandwielen waarmee de flappen van de vleugels werden bediend. Ik volg het mechanisme en probeer te begrijpen hoe het werkt. Zo vaak krijg je niet de kans om een wrak uit de Tweede Wereldoorlog vanbinnen te bekijken!

Verder langs de staart is niet veel meer te zien, grote stukken en de geschutskoepel zijn verdwenen en het lijkt alsof er een deel onder het zand ligt. Via de linkervleugel zwem ik naar de bakboordmotor. Deze is  kapotgeschoten en flink beschadigd, maar de meeste onderdelen zitten nog op hun plek, behalve de propeller. Toch is het niet erg als je weet dat deze in de strijd verloren is gegaan, in plaats van dat ie geborgen zou zijn door duikers…

Zo vaak krijg je niet de kans om een wrak uit de Tweede Wereldoorlog vanbinnen te bekijken!

Een paar meter verderop ligt nog een volledig intacte stuurboordmotor. Wauw! Zelfs de propeller, hoewel wat verbogen, zit er nog aan! Ik hang ernaast en kijk door alle gaatjes naar binnen. Een brutale murene probeert me af te leiden, maar mislukt in zijn poging. Deze massieve 920 pk sterke motor heeft in zijn eentje de klus moeten klaren. Helaas wat minder indrukwekkend is de cockpit, daar is niet zoveel van overgebleven. Toch is er, naast de stoel van de piloot, nog van alles te ontdekken. Dromen kost blijkbaar tijd, plotseling gebaart mijn maatje dat zijn gasvoorraad aan de reserve begint. En dat maakt een einde aan deze bijzonder leuke duik, hoewel, tijdens de opstijging is het wrak nog erg lang te zien. Pas na de 12 meter stop verdwijnt de Bristol Bleinheim volledig uit zicht.

Koppige ezel

De omstandigheden op Malta zijn niet altijd zo perfect als tijdens onze duik op de Bristol Blenheim. Sowieso moet je eerst boven het wrak zien te komen en daarbij blijf je, hoe je het ook went of keert, afhankelijk van de omstandigheden boven water. Nu is er op Malta altijd de mogelijkheid om ergens te duiken, maar niet als je een specifiek wrak in gedachten hebt. Zo is dit de derde keer in Malta dat we een poging wagen om op de onderzeeër HMS Stubborn te duiken. Helaas begint de tijd te dringen en de wind aan te trekken. Toch denkt het duikcentrum met ons mee, regelt een boot en brengt ons direct naar de plek waar het moet gebeuren.

Nieuwe bemanning: visjes zoeken beschutting achter de commandotoren.

Omdat de wind sterker is geworden en het wrak verder uit de kust ligt, zijn de omstandigheden hier niet vergelijkbaar met andere wrakken. Het past wel goed bij de sfeer, wanneer je het verhaal van deze ‘taaie’ 66-meter lange onderzeeër kent. Nadat ze in 1942 gebouwd werd heeft de HMS Stubborn lange tijd doorgebracht in de Noorse wateren. Tijdens een konvooi in februari 1944 viel ze in twee dagen tijd Duitse konvooien aan waarbij de bemanning meerdere torpedo’s afvuurde. Maar ook was de onderzeeër zelf een doelwit voor dieptebommen. Maar liefst 36 ladingen belandden in het water en ze kwam er niet zonder kleerscheuren vanaf. De Stubborn deed meerdere pogingen om maar boven water te kunnen blijven en niet voorgoed in de diepte te verdwijnen. Bij een derde poging zonk ze voorbij de 150 meter diepte, veel dieper dan de maximale 90 meter waarvoor ze gebouwd was.

Aan beide kanten zie je drie grote torpedoluiken.

Ondertussen vielen er nog eens 16 bommen en brak door de harde klap op de bodem de complete staartvin af. Op 160 meter was de Stubborn buiten bereik van de vijand en het duurde bijna 2 angstaanjagende uren voordat de bemanning er eindelijk in slaagde om haar alsnog naar de oppervlakte te sturen. De vijand was inmiddels weer verdwenen, ervan uitgaande dat de onderzeeër nooit meer het daglicht zou zien. Na een lange sleeptocht werd de Stubborn uiteindelijk opgelapt zodat ze weer op patrouille kon.

Later bleek de onderzeeër toch meer schade te hebben opgelopen dan aanvankelijk werd gedacht. Daarom werd ze in april 1946 afgezonken om als een ASDIC (sonar) doel te dienen om op te oefenen. Daarbij vond deze ‘koppige ezel’ dan eindelijk haar laatste rustplaats. Helaas is de unieke afbeelding van de kop van een ezel op de grote commandotoren niet meer te zien, maar het stond haar vast goed.

Driemaal is scheepsrecht!

Eindelijk gaan we dan op de HMS Stubborn duiken. De stroming is sterker en het zicht is minder. Tijdens de afdaling voel ik de stroming toenemen en merk dat ik moeite heb om de shotlijn te volgen. Deze gaat via een schuine hoek naar beneden, richting de lange onderzeeër. Ik daal maar snel af tot ik de HMS Stubborn als een dikke, lange sigaar op de zeebodem zie liggen. Ik zoek even beschutting aan stuurboordzijde en ontdek direct dat we hier bijna in het donker zitten. We moeten dus naar de andere kant voor het beetje zonlicht dat op deze diepte nog doordringt.

De HMS Stubborn is
met haar 66 meter lengte niet bepaald klein

De Stubborn ligt netjes en rustig rechtop op de zeebodem, een beetje hellend naar stuurboord, alsof ze zich berust in haar lot. De scherpe boeg laat goed zien waar de torpedo’s uitkwamen om vele slachtoffers te maken. Aan beide zijden zie je drie grote gaten en ik kan wel raden waardoor die ontstaan zijn. We zwemmen terug langs een hoogteroer richting de opbouw. Het valt me op dat er ook op deze diepte nog behoorlijk veel kleine visjes zwemmen. Ze zoeken beschutting, maar deinzen massaal op en neer in het schijnsel van mijn lamp. De  commandotoren staat nog fier overeind, statig en trots.

Ik vraag me af wat de bemanning dacht toen ze na de bijna fatale duik uiteindelijk toch de Stubborn levend en wel konden verlaten. Vast niet dat ze na een grote oplapbeurt weer samen met hen op missie zou gaan! Net zoals op een bommenwerper navigeer je op een onderzeeër eenvoudig en zijn ze vaak in een duik helemaal te bekijken. Maar op een diepte van maximaal 57 meter begint de tijd toch akelig snel te dringen, of eigenlijk de gasvoorraad. De combinatie van stroming en foto’s maken helpen natuurlijk ook niet.

We zwemmen nog eens om de commandotoren heen en besluiten dat het dan alweer tijd is om aan de opstijging te beginnen. De stroming valt tijdens de opstijging mee en zwakt naarmate we ondieper komen af. Na nog een kleine 40 minuten decompressie komen we stilletjes boven. Sommige wrakken zijn nu eenmaal indrukwekkend, de Stubborn is er daar zeker een van.

De onderzeeër bracht lange tijd door in Noorse wateren.

Bekijk ook:

Alles over Malta – Praktische informatie

5 Topwrakken die je niet mag missen in Malta

Wrakduiken op Malta: Um el Faroud

Op zoek naar de Azure Window Gozo