De Sinaï spreekt tot de verbeelding. De historie in combinatie met de heldere onderwaterwereld maken dit schiereiland in het noorden van Egypte immens populair. Wij bezochten de twee uiterste kustplaatsen aan de Golf van Akaba en herontdekten de charme van Taba en Sharm el Sheikh.

Tekst: Yvonne van der Valk
Foto´s: René Lipmann

Plotseling geeft de 73-jarige bedoeïen Abdu Salem een ruk aan het stuur, achter in de jeep vallen we bij elkaar op schoot. Een kameel wilde toch nog voor de wagen langs en ternauwernood weten we het eigenwijze beest te ontwijken. We zijn onderweg naar Ras Mamlah, het duikgeheim van Taba. Daar te komen is een avontuur op zich. Bij hotel Morgana Azur werden we met een busje opgehaald om een half uur later in de jeep over te stappen. Vanaf daar gaat het al een tijdje over een onverhard pad langs de kust dat parallel loopt aan de hoofdweg naar Dahab. Onze chauffeur met zijn getekende gezicht, lange witte jurk, tulband en glinsterogen crosst behendig om en over gaten. Wij hobbelen netjes mee, terwijl zweet uit alle poriën tevoorschijn komt.
Abdu kan zijn misnoegen nauwelijks onderdrukken als een groep achttienjarigen ons bij een controlepost aanhoudt. Alle zeven paspoorten gaan naar de jongen in het roze shirt met de tekst ‘cheerleader’ en het enorme geweer voor zijn borst. Een verhitte discussie volgt, maar als wat sigaretten van eigenaar zijn veranderd, gaat dan toch de slagboom omhoog. Een uur hotsen en botsen later stappen we redelijk gaar uit de jeep. Iedere vorm van schaduw ontbreekt, waardoor de zon alle kans heeft ons genadeloos te omhullen.
Het onderwaterlandschap moet hier wel adembenemend zijn, alleen de schittering over de Golf van Aqaba is al oogverblindend. Het is alsof de zee met folie overdekt is. Een aantal kilometer verderop zijn de zachtroze bergen van Saoedi-Arabië en Jordanië zichtbaar. Achter ons ontvouwt het Sinaï-gebergte zich. Het is een ruig en imponerend landschap, totaal anders dan het vlakke, zanderige Zuid-Egypte. Het dochtertje van een bedoeïen biedt ons zoete thee aan en langzaam komen we weer bij.

Het geheim van Mamlah
De Golf van Akaba meet op haar breedste punt 24 kilometer en is 160 kilometer lang. Deze arm van de Rode Zee maakt deel uit van de Dode Zeebreuk die in Libanon begint. Rond de breuk staat het hete binnenste van de aarde in direct contact met het water, waardoor het op een diepte van duizend meter nog steeds 21 graden is. Echt afkoelen is er dan ook niet bij, maar het voelt heerlijk als het water me opneemt en ik langs de eerste koraaleilandjes op de zanderige bodem zweef. Op twintig meter onthult het geheim van Mamlah zich. Het zand gaat hier over in een drop-off en we zwemmen langs een wand die ergens in het blauw ver onder ons eindigt en uit een en al koraal bestaat.
De mengeling van vissen daartussen maakt er een levendig geheel van. Vooral de confetti van kleine Anthiasvisjes leveren een belangrijke bijdrage, het is alsof ze boven ons hoofd zijn uitgestrooid om zo een duikfeestje te vieren. Overal waar ik kijk schieten honderden rode visjes chaotisch op en neer.
Genietend dwalen mijn ogen over het landschap zonder echt te focussen. Grote, geelwitte waaierkoralen die met hun tere, geaderde bladeren de zwaartekracht lijken te tarten. De rode gorgonen als mystiek contrast met de intens blauwe achtergrond. Vertraagd dringt de oneffenheid bij een enorm tafelkoraal tot me door. Plots weer bij de les breng ik mijn blik razendsnel terug naar de opmerkelijke plek. Ik zie een schild! Heel sereen ligt zeven meter verderop een kleine karetschildpad, maar terwijl wij de afstand overbruggen, begint het dier te stijgen. Als een roofvogel klapwiekt hij weg, ogenschijnlijk rustig, maar veel sneller dan wij kunnen zwemmen. Terwijl de zonnestralen de patronen op zijn rug versterken, vervaagt hij in het blauw.
Flessen drinkwater staan klaar als we na de duik weer de zinderende woestijnlucht trotseren. De bedoeïen wiens dochter eerder thee bracht, begeleidt ons nu vriendelijk naar een overkapping. De ervaring Ras Mamlah is namelijk niet compleet zonder couscous en gebraden kip. In kleermakerszit en uitkijkend over de Rode Zee laten we ons de lunch goed smaken.

Anderen lezen ook:  Thailand: Het land van de glimlach

Dode vis
Taba was lange tijd in Israëlische handen. Na een langdurig conflict en onder internationale druk kreeg Egypte het in 1989 terug. Sinds 2004 heeft Werner Lau hier een duikcentrum bij resort Morgana Azur. Basisleider Steffen Seikat is erg enthousiast over het huisrif en nodigt ons uit voor een vroege ochtendduik.
De strandstoelen zijn nog onbezet als we over het zand het water in lopen. Een man is bezig met zijn dagelijkse baantjes zwemmen, onwetend van het enorme koraalplateau onder hem, volledig begroeid met de pioniersoort Heteroxenia fuscescens. Hun veerachtige tentakels gaan continu open en dicht, wel veertig keer per minuut, om zo stroming te creëren. Het pompende ritme van zo’n compleet veld werkt hypnotiserend. Onder het plateau zwemmen kleine, rode vissen op hun kop. Ik ruk me los en zwem naar de kleine drop-off, Steffen vertelde over de plek waar een groot aantal glasvisjes zitten. Maar wat is dat? Het lijkt wel een dode vis! Plotseling komt er beweging in de halvemaanvorm waarin ik een vis met een tong uit zijn bek dacht te zien. Het blijkt de staart van een egelvis die een schuilplekje had gevonden. Mijn gezelschap stelt hij niet op prijs en met zijn voorste vinnen fladdert hij schichtig weg. Maar een enorme jackfish houdt niet van angsthazen. Vanuit het niets en in razend tempo schiet de grijze schim op de arme egelvis af. Nu is de paniek compleet. Met grote ogen blaast hij zich op, waardoor zijn stekels venijnig uitsteken.
Met enig schuldgevoel wend ik me tot Steffen, maar die wijst verrukt naar de bodem, het jachttafereel is hem compleet ontgaan. Zijn vinger volgend zie ik een hengelaarsvis. Wat een monsterlijk fascinerend beest. Terwijl ik me vergaap aan zijn gehele voorkomen, ontstaat opwinding bij mijn buddy. Licht geërgerd kijk ik hem aan. Laat me nou even kijken! Maar hij wil me niet meetrekken, hij steekt twee vingers de lucht in. Ik kijk opnieuw naar het lelijke beest en warempel, het zijn twee lelijke beesten! Een mannetje en een vrouwtje.

 

Verrassingsaanval
Van het noordelijkste puntje van de Sinaï-kust gaan we naar het zuidelijkste om ook daar de Rode Zee te ontdekken. De weg die ons tweehonderd kilometer lang van Taba naar Sharm el Sheikh voert, is aangelegd voor militaire doeleinden tijdens de Zesdaagse Oorlog. De Straat van Tiran, een van de duikhighlights van Sharm, vormde de directe aanleiding van deze oorlog. In 1967 sloten de Egyptenaren deze zeeroute af, waardoor de Golf van Akaba niet langer in verbinding stond met de Rode Zee. Een ramp voor Israël, die het daar niet bij liet zitten en een verrassingsaanval uitvoerde op Egypte.
De roodbruine rotsbergen die ons gezichtsveld begrenzen moeten vele verhalen in zich dragen. Het is alsof ze verteld worden via de vele keurschakeringen veroorzaakt door mineralen als koper en zink. Bedoeïenvrouwen struinen door de steenwoestijn. Als onderdeel van een recycleproject verzamelen zij de ontelbare plasticzakken en waterflessen om deze rommel per kilo te verkopen. Er is genoeg werk te doen, de wind heeft het plastic wijd verspreid.

Anderen lezen ook:  Een Drive - or dive - Thru op Bonaire

Glimmende lichamen
Grote groepen mensen staan te wachten op hun transfer naar het hotel. Het is het einde van een duikdag als we bij de Werner Lau-duikbasis in Sharm arriveren. Manager Angyal Balazs begroet ons. «Jullie hebben geluk,» roept hij, «morgen staat Ras Mohammed op het programma. Je maakt daar twee of drie duiken en lunch krijg je aan boord. Zorg dat om half negen je duikspullen in een genummerde kist klaarstaan, zodat onze jongens ze naar de boot kunnen brengen. En vergeet je paspoort niet. Omdat het gebied sinds 1983 een Nationaal Park is, moet iedere duiker persoonlijk aangemeld worden.» Hoe serieus dat is, merken we de volgende ochtend. We komen de haven niet binnen zonder uitgebreide check. Een douanier vinkt onze namen aan op een lijst, tassen moeten door een bagagescan en wij worden doorgelicht met een metaaldetector.
Eenmaal op de boot maken we het ons gemakkelijk. Het is anderhalf uur varen en de zon schijnt behaaglijk op het dek. De divemaster vertelt hoe we bij Shark & Yolanda Reef zullen duiken en wat we kunnen verwachten. Het rif dankt zijn naam aan het vrachtschip Yolanda dat in 1980 zonk. Een groot aantal toiletpotten en een wasbak herinneren nog aan de lading. De rest van het wrak is tijdens een storm naar honderdvijftig meter gezonken.
Na de lovende briefing ben ik nieuwsgierig naar de praktijk. Deze overtreft onmiddellijk alle woorden. Al bij de afdaling komen we in een enorme school makreel terecht. Overal glimmende lichamen, allemaal zo’n halve meter groot. In de diepte, tien meter onder me, doemt een enorme schaduw op. Zou dat de twee meter tonijn zijn die hier zijn territorium heeft? Waarschijnlijk is het een blauwvin­makreel, die kunnen ook behoorlijke groottes bereiken. Even later komt nog een Napoleonvis voorbij. Wat een massaliteit aan vis!
Blauw omringt ons; op twintig meter diepte zwemmen we in het niets naar Shark Reef. Het is net alsof we dit beroemde rif binnengaan, als een door de zon verlichte open plek in het bos waar een sprookje begint. Overal rode gorgonen omgeven door vele andere kleuren, scholen vis en wapperende koralen tegen een lichte stroming. Een papegaaivis schiet als een psychoot voorbij. Verbaasd volg ik hem. Kriskras zwemt hij tussen het koraal door, bijt als een wilde om zich heen en draait rondjes om zijn eigen staart. Als we over het zand verder zwemmen richting Yolanda Reef zie ik wat de onrust veroorzaakt: duikers in de buurt van zijn nest.

Anderen lezen ook:  Vraag het de Douane: Mag ik koraal meenemen?

Bruiden van de zee
Wat een kermis. Het is even wennen als we de volgende dag aanleggen naast tien andere boten om op Jackson Reef te duiken. De vier koraaleilanden in de Straat van Tiran zijn bijzonder populair.
Kort na de afdaling legt Khamilla, onze gids van vandaag, twee handen plat op elkaar en draait haar duimen. In de richting die ze vervolgens wijst, zie ik geen schildpad. Wel heel veel duikers… Toch zit hij op acht meter waar het zonlicht de steenkoralen een warme kleur geeft. De kop van het beest steekt tussen het koraal en met zijn enorme snavel bijt hij er grote stukken af. Geheel oncharmant steken zijn achterpoten en staart de lucht in. Wild slaat hij met zijn voorpoten, een voorbij ­zwemmende staartvleklipvis moet dit met een klap voor zijn kop bekopen. De schildpad is een en al focus. Hij heeft geen enkel benul van alle duikers om hem heen en merkt niet eens dat een beginneling op zijn rug gaat staan…
Ik neem iets meer afstand om het tafereel te bekijken. Twee gele koraalvlinders houden me gezelschap. Net voor mijn duikbril blijven ze hangen, zodat ik elk detail van hun hartvormige lichamen met tuitmondjes zie. Iets verder zwemmen drie bruiden van de zee. Het is alsof ze er moeite mee hebben dat ze niet de enige zijn. Ietwat arrogant geven ze elkaar standjes als de een te dicht bij de ander komt. Ze worden omringd door honderden vlagbaarsjes.
Als ik weer opkijk, zijn alle duikers verdwenen. Alleen mijn buddy ligt nog bij de hongerige schildpad. Ik voeg me bij hem en in alle rust genieten we nog even van de veelzijdigheid van de Rode Zee.

INFO TABA
De duikbasis van Werner Lau bevindt zich binnen het luxe Morgana Azur resort. Vanaf het duikcentrum loop je zo het water in voor een duik op het huisrif. Een andere specialiteit is Ras Mamlah; hiervoor rijd je met een jeep door de woestijn en maak je twee kantduiken op een drop-off.
Het resort is een 5-sterrenhotel waar alles aanwezig is, daarbuiten vind je niet veel. Vliegen kan rechtstreeks op het vliegveld van Taba.

INFO SHARM EL SHEIKH
De duikbasis van Werner Lau bevindt zich in Naama Bay vlak bij het Helnan Marina Hotel. Het merendeel van de duiken maak je hier met ruime tweedeksboten waarop ook de lunch geserveerd wordt. Heel wat nationaliteiten zijn onder de instructeurs en divemasters vertegenwoordigd, je kunt de briefing dus ook in het Nederlands krijgen. De topspots die vanuit Sharm worden aangedaan zijn Ras Mohammed, de Straat van Tiran en de Thistlegorm.
Vliegen kan met meerdere maatschappijen rechtstreeks op het vliegveld van Sharm el Sheikh.

Meer info: www.wernerlau.com
Informatie over Egypte vind je op
www.cdws.travel

Dit artikel is gepubliceerd in Duiken 04/2009.