Tekst: Gerry De Cleen
Een diepe duik begint niet wanneer je afdaalt, maar tijdens de voorbereiding. Hoe beter alles vooraf is doorgesproken en ingesteld, hoe minder je tijdens de duik hoeft na te denken. Minder stress betekent een lager luchtverbruik, een betere controle over je drijfvermogen en meer aandacht voor de omgeving.
Een van de eerste zaken die ik controleer, is mijn duikcomputer. Ik stel vooraf een dieptealarm in op de maximale diepte die we tijdens de briefing hebben afgesproken. Zo krijg ik een duidelijke waarschuwing wanneer ik die grens nader of overschrijd. Zeker bij een aflopende bodem of een wrak kan de diepte sneller toenemen dan je denkt.

Vervolgens neem ik samen met mijn buddy de volledige duik nog eens door. Wat is de maximale diepte? Hoe lang blijven we beneden? Via welke route keren we terug? Waar draaien we de duik om en welk minimum luchtverbruik spreken we af? Door vooraf duidelijke afspraken te maken, voorkom je heel wat misverstanden onder water.
Ook mijn materiaal krijgt een laatste controle. Is mijn fles volledig gevuld? Werken mijn inflator en automaat probleemloos? Zit mijn reserveautomaat vrij? Zijn mijn lamp, SMB en reel aanwezig indien nodig?
Een ander belangrijk aandachtspunt is de afdaling. Die hoeft nooit snel te gebeuren. Rustig afdalen geeft je lichaam de tijd om de druk te compenseren en voorkomt dat je ongemerkt dieper terechtkomt dan gepland. Blijf tijdens de afdaling regelmatig je diepte controleren en houd voortdurend contact met je buddy.

Tijdens diepe duiken speelt luchtverbruik een veel grotere rol. Op dertig meter verbruik je ongeveer vier keer zoveel lucht als aan de oppervlakte. Daarom kijk ik vaker naar mijn manometer dan tijdens een ondiepe duik. Niet omdat ik nerveus ben, maar omdat ik steeds wil weten hoeveel tijd ik nog heb en me hierbij comfortabel bij voel.
Ook stikstofnarcose kan vanaf grotere dieptes een rol spelen. Je merkt het niet altijd meteen bij jezelf. Daarom is het belangrijk om rustig te blijven, geen overhaaste beslissingen te nemen en je buddy goed in de gaten te houden. Merk je dat je concentratie afneemt of dat eenvoudige handelingen moeilijker worden, stijg dan enkele meters op. Vaak verdwijnen de symptomen vrijwel onmiddellijk.
Een goede trim en neutraal drijfvermogen maken eveneens een groot verschil. Wie voortdurend moet corrigeren met de jacket of zijn vinnen, verbruikt meer energie én meer lucht. Een rustige, gestroomlijnde houding maakt je hele duik comfortabeler.
Vergeet ten slotte ook de opstijging niet. Die is minstens even belangrijk als de afdaling. Houd je opstijgsnelheid goed in de gaten en maak indien aanbevolen een extra veiligheidsstop. Zo geef je je lichaam de tijd om overtollige stikstof gecontroleerd af te voeren.

Een diepe duik hoeft helemaal niet spannend of stressvol te zijn. Integendeel: juist een goede voorbereiding zorgt ervoor dat je onder water volledig kunt genieten van wat je wil bekijken. Door vooraf duidelijke afspraken te maken, je materiaal zorgvuldig te controleren en rustig te duiken, vergroot je niet alleen de veiligheid, maar ook het plezier. Want uiteindelijk geldt ook hier: de beste diepe duik is de duik waarbij je ontspannen weer boven komt.
Laat een reactie achter