Ademhalen doen we de hele dag en nacht door. De meeste tijd zonder dat we het doorhebben. Het gaat pas opvallen als je ademhaling minder makkelijk gaat. Bijvoorbeeld bij een astma-aanval of bij een longontsteking.

De prikkel voor ademhalen komt vanuit onze hersenen. Deze meten de hoeveelheid afvalgassen constant in ons bloed. Als dit gehalte (CO2) te hoog wordt, geeft ons brein een signaal door naar onze longen. Gelukkig gebeurt dit zonder dat we hierbij hoeven na te denken. Onze borstkas zet uit en daardoor kunnen onze longen vol lucht gezogen worden. De longen zijn omgeven door een longvlies. Aan de binnenzijde van de borstkas zit een borstvlies. In de ruimte tussen deze twee vliezen is er sprake van een lichte onderdruk. Daardoor blijven de twee vliezen aan elkaar gekoppeld en kunnen bij iedere uitzetting van de borstkas de longen zich goed ontplooien. En zo zorg dragen voor een goede aanvoer van zuurstof en afvoer van kooldioxide.

De longen hangen dus als het ware aan de binnenzijde van de borstkas. Het is dan niet zo moeilijk voor te stellen dat als de ophanging beschadigd raakt, de long zich niet meer goed kan ontplooien. We noemen dit een klaplong. Dat kan spontaan gebeuren bij mensen bij wie er zwakke plekken zijn in de longen of in een van beide vliezen. Als er namelijk een gaatje komt in de longen of in een van de vliezen, vervalt het vacuüm en klapt de long in elkaar. Maar ook bij een ongeval kan dit plaatsvinden.

Een andere belangrijke oorzaak van een klaplong bij het duiken is het niet goed uitademen tijdens de opstijging.

Oorzaak klaplong

Een andere belangrijke oorzaak van een klaplong bij het duiken is het niet goed uitademen tijdens de opstijging. De uitzettende lucht kan dan niet zo snel de longen verlaten en daardoor worden de longblaasjes opgerekt. Deze kunnen maar een bepaalde spanning verdragen. Als dit te groot wordt dan knappen de longblaasjes en ontsnapt er lucht uit de longen binnen in het lichaam. Het vacuüm tussen het long- en borstvlies verdwijnt hierdoor. De long zakt dus in elkaar en is qua werking uitgeschakeld. Vandaar dat het zo ontzettend belangrijk is om goed uit te blijven ademen tijdens de opstijging en nooit je adem in te houden tijdens het duiken. Als er tijdens het knappen van de longblaasjes ook bloedvaatjes scheuren door de uitzettende lucht, kan de vrijgekomen lucht die verder uitzet ook in de bloedbaan terechtkomen. Dit verschijnsel kennen we als de luchtembolie. Deze luchtbellen komen in belangrijke slagaderen terecht rond het hart (kransslagaderen) en in de hersenen. Waar deze luchtbellen zitten is zuurstoftransport niet meer mogelijk. Deze delen sterven af met alle gevolgen van dien.

Mensen die willen duiken maar een spontane klaplong hebben gehad in het verleden, wordt het duiken ontraden. Na een ongeval is het van belang een goede scan te maken van de longen om te zien of het aanwezige littekenweefsel geen gevaar oplevert tijdens het duiken. En om te zien of er geen andere zwakke plekken zijn. En natuurlijk moet ook de longfunctie prima in orde zijn. Als dit geen problemen oplevert, kun je na een klaplong door een ongeval in de meeste gevallen weer duiken. Tijdens een duikmedische keuring blijft er sowieso altijd extra aandacht voor de longen.

Tekst: Menno Gaastra, Menno is duikmedisch arts en medisch directeur DAN Europe Nederland

Bekijk ook: Zeedieren kunnen toch niet oneindig blijven groeien