Kilometers lange gangen met rails en achtergelaten treinwagonnetjes. In een klein plaatsje in Duitsland, op maar enkele uren rijden, vind je de leisteenmijn Nuttlar met vele sporen uit de tijd van de mijnbouw. Dwaal rond in de gangen van de mijnwerkers en herbeleef een bijzonder stuk geschiedenis – onder water.

Tekst: Sander Evering Foto’s: René Lipmann

De rails wijzen ons de weg dieper de mijn in. Over dit spoor reden vroeger wagonnetjes af en aan met hun leisteenladingen. We volgen Sven die de gangenstelsels op zijn duimpje kent. We komen uit bij een kruispunt waar meerdere wagonnetjes netjes gerangeerd staan, niet wetende dat ze nooit meer van hun plek zullen komen. We zwemmen met een scherpe bocht rechtsaf een nieuwe gang in. De ruimte is niet klein, maar je moet wel handig draaien om een andere wagon, omgevallen en afgedankt naast de rails, niet aan te raken. Al het metaal is prachtig rood gekleurd en bedekt met een dun laagje van roest en stof. Hier is maar één maai van een vin of een verkeerd zwemhandje nodig om de hele wagon in het stof te laten verdwijnen. We duiken dieper de mijn in en ik vraag me af wat we achter de volgende bocht zullen vinden…

Ik heb al veel in grotten gedoken, maar een duik in een ondergelopen mijn is nieuw voor mij. Er zijn wel enkele overeenkomsten, want je gebruikt dezelfde technieken en je kunt door een fysiek plafond niet naar boven. Maar qua omgeving en ervaring is het compleet anders. Een grote zeecontainer is voor de ingang van de mijn gebouwd, waardoor je naar binnen kan. In deze hoofdgang volg je de rails dieper de mijn in. Na ongeveer 50 meter verdwijnt het spoor onder water, daar is een groot metalen platform waar je je vinnen aan kunt trekken en de checks kunt doen zonder gelijk een hoop stof te maken.

De rails wijzen ons de weg in de mijn.

Gloeilampen

We volgen de lijn en plaatsen af en toe een ‘cookie’ bij een splitsing. Het water is koud met slechts 7 graden, maar kristalhelder. Ik verbaas me over de hoeveelheid materiaal wat is achtergelaten. Overal lopen leidingen en kabels waardoor gloeilampen van stroom voorzien konden worden. Het is in tegenstelling tot een echte grot soms lastig de ‘mainline’ te volgen omdat deze bijna niet opvalt tussen al die spullen. We zwemmen door en maken een ‘jump line’ aan de mainline en zwemmen over een grote roestige elektrische lier, gebruikt om de wagonnetjes omhoog te trekken, een kleiner gangetje in.

We gaan richting de ‘cave 2’ sectie, het gebied dat alleen toegankelijk is voor de meer ervaren grotduikers. We komen door de cappuccino gang, hier is altijd die roestige stof aanwezig waardoor het zicht er maximaal een meter is. Af en toe moet je de lijn vasthouden om deze niet te verliezen. Gelukkig is de tunnel vrij kort en ik zwem over een soort hekje rechtsaf. Het loopt weer iets omhoog en we komen bij een andere ingang uit met een hoog plafond, waardoor we gewoon kunnen ademen. Ook hier is een mooi metalen platform waar we dankbaar gebruik van maken als we wat onverwachte storingen in de flitsers moeten oplossen. Het is een heel gegoochel met al die open elektronica half in het water, doodsbang om iets uit je vingers te laten vallen. We vinden de storing en winnen daardoor drie extra off-strobe flitsers terug. Klaar voor de terugweg! We duiken onder en gebruiken onze tijd efficiënt om zoveel mogelijk mooie plekjes te bezoeken. Langs de kant ligt nog een oude brancard op het leisteen, bedoeld om gewonde arbeiders uit de grot te dragen.

De ‘cave 2’ sectie, het gebied dat alleen toegankelijk is voor de meer ervaren grotduikers.

Langs de kant ligt nog een oude brancard op het leisteen, bedoeld om gewonde arbeiders uit de grot te dragen.

Geen plafond

Sven gebaart naar links en ik zwem door de kleine doorgang naar binnen. Ik kom in een ruimte zo groot als een huis en leg gelijk de link tussen het voorwerp voor me op de grond en de prachtige wanden. Deze zijn namelijk niet ontstaan door ze met zwart buskruit op te blazen, maar door te zagen. Het grote, ronde zaagblad is het stilzwijgende bewijsstuk. Als we na bijna drie uur richting de ingang zwemmen, begin ik de kou wel wat te voelen. Toch gaan we nog rechtsaf een kamer in en even snap ik niet waarom we hier naartoe zijn gegaan. Dan zie ik dat het plafond open is. Wanneer problemen zich aandienen, kun je dus gewoon opstijgen en terug naar de uitgang zwemmen. Dat betekent dat je op deze plek zonder grotduikbrevet mag duiken. De luchtlaag zie je bijna niet, het is namelijk volledig donker.

We duiken over de rails van de oude wagonnetjes, hier en daar ligt wat gereedschap en op een kruispunt staat nog een vergeten kruiwagen. De muren van de mijn zijn ontzettend netjes gemaakt van opgestapelde stukken leisteen, meters hoog en erg gaaf om te zien. Ik heb totaal niet in de gaten dat ik in ‘open water’ in een mijn zit en het geeft daardoor een echt grotduikgevoel. Als sportduiker is dit een absolute aanrader als je van avontuur houdt en ergens in je achterhoofd misschien ooit weleens een grotduiker zou willen worden. Je duikt uiteraard onder begeleiding van een gids, die houdt dan ook de gang in de gaten zodat er niemand per ongeluk verder de mijn in kan zwemmen. We bereiken de uitgang en met gevoelloze vingers weet ik mijn droogpak uit te trekken. Ineens hoor ik een schel gerinkel. De 60 jaar oude telefoon die in de ruimte hangt, gaat over. Volledig nat van de koude en vochtige lucht, maar nog steeds in gebruik. Duitse degelijkheid, dat bestaat dus echt.

We komen uit bij een kruispunt waar meerdere wagonnetjes netjes gerangeerd staan

Vakmanschap

De Nuttlar bestaat uit vijf ‘verdiepingen’ en alleen de onderste twee staan onder water. Daarom krijgen we na de duik nog een rondleiding in de droge gedeeltes om een betere indruk van de mijn te krijgen. Het is toch ook best leuk als je al wandelend, met erg goed zicht, niet regelmatig op je manometer hoeft te kijken. Zonder enige vorm van tijdsdruk bewonderen we de omgeving. Gerd is onze gids, en hij weet vrijwel alles over de Nuttlar. Hij is dan ook samen met zijn broer de eigenaar van de mijn. Nu pas valt het goed op hoe groot sommige ruimtes zijn en hoe netjes de muren zijn gestapeld. Gerd legt uit; «Deze muren zijn niet gestapeld omdat het een functie heeft, maar om overtollig leisteen op te ruimen zodat het niet overbodig getransporteerd hoefde te worden.»

Gerd toont hoe leisteen gespleten wordt en hoe ontzettend flexibel het materiaal dan nog is.

Ik kijk naar het vakmanschap waar een gemiddelde bouwvakker jaloers op kan zijn. «Daarbij is al het werk wat hierin gestoken is onbetaald geweest, het was voor de arbeiders een noodzakelijk kwaad om het echte werk te doen, zoals het boren van gaten.» Het verhaal wordt nog indrukwekkender als Gerd laat zien in welke omstandigheden er gewerkt werd. Aangezien er in die tijd geen fancy LED-head lights bestonden zoals wij die nu dragen, moesten ze het doen met een klein carbid lampje. Dit lampje dienden ze zelf te betalen, ook de brandstof. Daarom werd het toch al weinig lichtgevende vlammetje tot een minimum teruggedraaid zodat het langer meeging. Gerd heeft een authentiek lampje meegenomen en laat zien, nadat we al onze lampen uitgedaan hebben, hoe donker het dan eigenlijk is.

In het droge gedeelte staan nog steeds spullen van vroeger.

Deutsche Gründlichkeit

Verderop staat een soort miniwerkbank met enkele oude en moderne gereedschappen om de leisteen te bewerken. Gerd toont hoe leisteen gespleten wordt en hoe ontzettend flexibel het materiaal dan nog is. Het bestaat uit veel dunne lagen, alsof het een stapel papier is, die je van elkaar kunt scheiden met een soort dunne beitel. Natuurlijk wil ik het ook proberen. Er ligt nog een mal van een hartje en ik besluit dat te maken. Al na de tweede slag levert dit een gebroken hart op, maar ik ben niet voor één gat te vangen en hamer er lustig op los. Dan maar uit de losse pols! Het eindresultaat is weinig indrukwekkend en ik hoop maar dat mijn vriendin er blij mee is. Dat ie eerst gebroken was, vertel ik er maar niet bij…

Mijn respect voor de Duitse techniek stijgt deze dagen wel, zeker als we verderop een grote, stokoude lier zien staan die gebruikt werd om de wagonnetjes over de rails naar boven te trekken. Het gevaarte is enorm, volledig ingevet en daardoor in perfecte conditie. Ik ontdek een rem, een versnelling en zie daarna een klein oliekannetje staan, gaaf! De stalen kabel is nog gedeeltelijk opgerold en ik durf te wedden dat er weinig voor nodig is om deze grote jongen in beweging te zetten. Ik ontdek nog een oude krant van vlak na de Tweede Wereldoorlog, maar als Gerd uitlegt waar deze, bij gebrek aan toiletpapier, voor werd gebruikt laat ik hem maar liggen. We wandelen verder en nemen nog een kijkje in de ‘ontbijtzaal’, een klein hokje met gaten en houten stokken erin. Deze ruimte deed dienst als lunchopslag voor de arbeiders. Aan de stokken konden ze hun tasje met eten ophangen zodat de ratten er niet bij konden. Bijna aan het eind van de rondleiding trekt Gerd enkele stenen uit de muur om de verstopplek te laten zien waar enkele arbeiders hun drank stiekem verborgen. Er zijn ontelbaar veel van deze kleine verstopplaatsen gevonden, maar zeker nog lang niet allemaal. Gerd heeft weleens een volle fles gevonden maar ‘das schmeckte nicht so gut mehr’. Er valt nog zoveel te ontdekken, maar we komen tijd tekort. Gelukkig ligt de Nuttlar dichtbij, dus we komen snel weer een keer terug…

Het grote ronde zaagblad is een tastbare herinnering aan de mijnwerkers.

INFO LEISTEENMIJN NUTTLAR

Leisteenmijn Nuttlar (Schieferbau Nuttlar) De mijn is geopend van april tot half november in het weekend van 09.00 tot 18.00 uur. Reserveren is verplicht.  Wil je op een ander moment duiken dan is dat op afspraak mogelijk. Per dag mogen er maximaal acht grotduikers naar binnen. Een dagkaart kost € 59.

Sportduikers Sportduikers zonder grotduikbrevet kunnen met maximaal tien personen deelnemen. De groep zal in tweeën worden gesplitst zodat je met maximaal vijf personen kunt duiken. Het is verplicht om te duiken met een uitrusting geschikt voor koud water, dus gescheiden ademsystemen, een geschikt pak en enige ervaring. Ter plekke is geen huuruitrusting beschikbaar. De kosten zijn  € 59 voor een duik (€ 99 voor twee duiken). Vergeet niet een geldig medische verklaring mee te nemen, je (grot)duikbrevet en je moet een geldige duikverzekering hebben. Voordat je mag duiken wordt dit gecontroleerd!

Gids Het maken van een begeleide grotduik kost naast de gewone toegang € 50 per persoon extra. Daarvoor krijg je een gids en je duikt met maximaal drie deelnemers.

Tips In de buurt kun je ook nog duiken in de Sorpetalsperre en de Biggetalsperre, twee grote stuwmeren. Dit is een perfecte reden om er een leuk weekendje weg van te maken.

Verblijf In de buurt zijn veel mogelijkheden om te overnachten. Een goed hotel is Gasthof Sauerwald, dit ligt slechts drie km rijden van de mijn.

Adres Briloner Str. 48a, D – 59909 Bestwig, Duitsland. Vanaf midden- Nederland is het ongeveer drie uur rijden. www.bergwerktauchen.de

Rondleiding droge gedeelte Ook hiervoor is reserveren verplicht. Een twee uur durende rondleiding kost € 18, een zes uur durende toer speciaal voor fotografen kost € 59. www.schieferbau-nuttlar.de

De mijn in zonder grotduikbrevet

Wil je toch graag wat verder de mijn in maar heb je geen grotduikbrevet? Of twijfel je of grotduiken iets voor je is? Dan is het hier mogelijk om onder begeleiding een fantastische ervaring op te doen. Onder strikte begeleiding mag je in een klein groepje verder waarbij er geen opstijging meer mogelijk is. Zwevend boven de rails duik je langs buizen, kabels en oude materialen. De gasplanning is conservatief, de ervaring is groots! Wel is er een voorvereiste voor deelname. Je moet een voorbereidende technische basis hebben, zoals een GUE Fundamentals met ‘tech rating’. Dit betekent dat je duikt met een dubbelset, long hose en lampen, maar ook dat je alle procedures zoals gasdelen en kranendraaien beheerst. Het is dus niet voor iedereen weggelegd, maar een absolute aanrader als je het niveau hebt. Je hoeft dus niet eerst naar Frankrijk of Mexico voor je eerste onvergetelijke grotduikavontuur!

Van 1878 tot nu

In 1878 startte de mijnwerkers met de eerste tunnel van de leisteenmijn Nuttlar. Meer dan 200 arbeiders werkten aan de winning en verwerking van dit gesteente. Tot 1985 was de Nuttlar in gebruik waardoor er een gigantisch labyrint van kilometerslange tunnels en grote ruimtes is ontstaan. Na de sluiting werd de elektriciteit uitgezet en dus ook de pompen, die het water afvoerden. Na zeven jaar werd het maximale waterpeil bereikt. Van de in totaal vijf verdiepingen van de mijn zijn de onderste twee ondergelopen. Deze gangen hebben een lengte van 12 kilometer en de maximale diepte is 14 tot 30 meter.

Bekijk ook: Heiligdom van de Maya’s ontdekt in ’s werelds langste onderwatergrot