Tekst & foto’s: Harro Cats
Tijdens de muckdive schuifelen we over de bodem, op zoek naar de bijzondere ‘critters’ die alleen in dit deel van Indonesië voorkomen. Verschillende naaktslakken en zeldzame soorten onderwaterleven hebben zich al laten zien – en de meest fotogenieke hebben geduldig voor mijn lens geposeerd. Wanneer we aan het einde van de duik ondieper komen, zie ik enkele lokale mensen snorkelen. Een volwassen man wenkt me, maar ik reageer niet direct. Hij haalt zijn schouders op en gebaart iets van ‘dan niet’. Even later verschijnt er een groepje kinderen in het water. Ze kijken nieuwsgierig naar ons, de duikers, duiken naar beneden en zwaaien enthousiast. Ik wissel mijn macrolens voor groothoek – dit wordt een kans.
Om de beurt duiken de kinderen onder om dichterbij te komen. Op de achtergrond ligt hun perahu, een smalle, houten kano. Het licht valt precies goed, de jongens blijven lang genoeg onder water – ik druk af. Een van hen zwemt op me af, met een handgemaakt houten zwembrilletje op zijn gezicht. Hij lacht breed, ik steek mijn vuist uit voor een boks, hij doet hetzelfde. Klik. Hebbes! Een prachtig shot. Tijdens die korte aanraking besef ik dat ik mij in een unieke, haast onwerkelijke wereld bevind. We zijn in Indonesië, bij de eilanden van Alor – en alles voelt hier puur en echt.

De Tiaré is een traditionele phinisi van ruim 45 meter.
Boven water straal ik van enthousiasme. De zodiac komt ons ophalen en brengt ons terug naar de Tiaré: een luxe liveaboard waarop we tien dagen verblijven. Een traditionele phinisi van ruim 45 meter lang – een schitterend houten schip dat je onmiddellijk onderdompelt in de Indonesische sfeer. Aan boord worden we overladen met comfort. Na elke duik staat er een bemanningslid klaar met een verfrissend drankje. Alles wordt voor ons geregeld: mijn camera wordt voorzichtig uit de zodiac gehaald, afgespoeld, afgedroogd en keurig opgeborgen. Wij hoeven alleen nog maar ons pak uit te trekken en te genieten. En dat doen we dan ook. Na elke duik ligt er een droge handdoek klaar. Ik wandel naar mijn hut, die is voorzien van een eigen, opvallend ruime badkamer met wc en warme douche.
Na de tweede duik van de dag is het lunchtijd. De bel gaat, en we nemen plaats op het ruime voordek. De tafel is stijlvol gedekt en de kok serveert dagelijks wisselende gerechten: van gado gado en nasi goreng tot fish & chips en sushi. Zelfs wie een lastige eter is, wordt op zijn wenken bediend – de keuken houdt met alles rekening. Na de lunch is het tijd om te ontspannen. De Tiaré heeft een prachtig houten zonnedek met meer ligbedden dan gasten, zodat er altijd wel een plekje in zon of schaduw te vinden is. Met het uitzicht over de azuurblauwe zee droom je hier vanzelf weg.

De kok serveert dagelijks wisselende gerechten.
De volgende dag liggen we voor anker in de baai van Dulolong, nabij Kalabahi op Alor. Vandaag proeven we wat van de lokale cultuur en natuur. Op het programma staat een tocht naar Mali, aan de oostkust, waar we met een traditioneel vaartuig op zoek gaan naar dugongs. Deze plek staat bekend om de bijna gegarandeerde kans op een ontmoeting – en inderdaad, we hebben geluk. Na een half uur varen verschijnt er een dugong aan de oppervlakte. Nieuwsgierig zwemt het imposante dier onder onze boot door, laat zich goed zien en duikt dan weer naar de bodem om te grazen. De dieren hier zijn gewend aan boten, maar blijven volledig in hun natuurlijke omgeving. Terwijl we toekijken, komt de dugong onze houten boot zachtjes ‘knuffelen’. Een aandoenlijk gezicht, maar ook de reden dat het streng verboden is om het water in te gaan. Uit pure speelsheid zou hij je zo mee naar beneden kunnen trekken. Na een paar rondjes onder en naast de boot verdwijnt hij weer in de diepte. Een magisch moment.
Op weg naar onze volgende bestemming drinken we verse kokosmelk uit pasgeopende noten. Aan de noordkant van het eiland, in de regio Temburbarat, bezoeken we het dorp Takpala, ingericht volgens de oude Alor-cultuur. Een nomadenstam voert er traditionele dansen op in kleding die meer dan een eeuw oud is – fascinerend om te zien. Na wat souvenirs en fooien te hebben gegeven keren we terug naar de Tiaré. Het anker wordt gelicht en we zetten koers naar het westen. Nieuwe avonturen wachten.

Traditionele dans van een nomadenstam.
Op het bovendek is het 28 graden, een zacht briesje waait, en de zon zakt langzaam in zee – warm, goud en perfect. Misschien wel de mooiste zonsondergang die ik ooit heb gezien. De avond kan niet lang genoeg duren. Aan boord voel ik me volkomen thuis. Het vakmanschap van het houtwerk, de ruimte en de rust maken het verblijf buitengewoon comfortabel.

Misschien wel één van de mooiste zonsondergangen die ik ooit gezien heb.
Op het voordek staan twee grote tafels waar, als het weer meezit, de maaltijden worden geserveerd. Wij hebben geluk: alle dagen eten we buiten. Een luifel biedt schaduw, de wind brengt verkoeling, en de sfeer is ontspannen. Deze avond tovert de kok een Japanse maaltijd op tafel, met verse sushi en maki’s van topkwaliteit. We genieten nog lang na van deze zwoele tropennacht.
Hoewel het schip ’s nachts doorvaart, slaap ik heerlijk. De hut is ruim, de airco instelbaar en het bed comfortabel. Wanneer ik de volgende ochtend boven kom, staat er al een beker groene thee klaar – de crew weet precies wat ik nodig heb.

Maagdelijk rif.
Vandaag duiken we op het beroemde Crystal Rock – een rif dat net onder de oppervlakte ligt. Met twee zodiacs, zes duikers en twee gidsen varen we uit. De zon schijnt, de zee is kalm – perfecte omstandigheden. Op het plateau is de stroming vrijwel weg, maar we blijven alert. Waar stroming is, is leven – en dat is hier duidelijk te zien.

Waar stroming is, is leven.
Het rif bruist van activiteit, het koraal is ongerept en kleurrijk. Omdat hier zelden duikers komen, zijn de vissen schuw, maar ik neem de tijd om alles goed in me op te nemen. Dankzij het nitrox kunnen we lang onder blijven. Ik spot een groot tafelkoraal waaronder een groepje sweetlips schuilt. Het licht valt perfect voor een tegenlichtopname. Nadat mijn buddy uit beeld is, druk ik af. Gelukt! Na verloop van tijd geeft mijn duikcomputer aan dat zowel lucht als nultijd opraakt. We laten ons meevoeren door de stroming – als in een film glijdt het rif aan ons voorbij. In de luwte maken we onze veiligheidsstop, nagenietend van alles wat we hebben gezien.

Alles is groot en uitbundig.
De dagen vliegen voorbij. Elke duik is een nieuw avontuur – soms driftduiken, dan weer muckduiken, wanden of koraaltuinen. Vandaag bereiken we het Nationaal Park Komodo. We duiken bij Manta Alley. De dag ervoor waren we bij Manta Point, een populaire spot waar we een stevige driftduik maakten. Prachtig, met grote grijze roggen en veel schildpadden, maar geen enkele manta. Misschien te druk, of te laat op de dag. Vandaag belooft meer. De zee is vlak, de lucht helder, het landschap vulkanisch en begroeid. De briefing op het teakdek van de Tiare is grondig. De uitrusting ligt al in de zodiac klaar. Omdat er sterke stroming kan staan, besluit ik mijn grote camera aan boord te laten en gebruik ik mijn iPhone in een SeaLife-behuizing – klein maar effectief.
Een paar minuten later zijn we bij de duikstek. Op twintig meter diepte verschijnt al snel een schaduw: de eerste manta! We positioneren ons achter een rifrand om het poetsstation niet te verstoren. De ene na de andere manta zweeft over, elegant, gecoördineerd – het lijkt wel een luchthaven. Soms draaien ze vlak voor ons om, soms glijden ze achter ons langs. Ze zijn zó dichtbij dat je ze bijna zou kunnen aanraken. De tijd vliegt voorbij; mijn buddy wijst op zijn luchtvoorraad. Na drie kwartier moeten we omhoog. Terwijl we langzaam opstijgen, blijven de manta’s om ons heen cirkelen. Een droomduik – eindelijk, na dertig jaar duiken, heb ik ze gezien!

De ene na de andere manta zweeft over, het lijkt wel een luchthaven!
Onze laatste duik van de trip is bij Tatawa Kecil – ‘klein eiland Tatawa’. Het is een populaire plek, en zodra we afdalen, begrijpen we waarom. Het rif is maagdelijk: enorme tafelkoralen, waaierkoralen, sponzen en een overvloed aan leven. Het lijkt alsof de tijd hier heeft stilgestaan. Aan de oppervlakte komt een schildpad ademhalen en zwemt daarna richting rif. Ik stel mijn camera in, wacht geduldig. Wanneer hij door een opening weer omhoog komt, kijkt hij recht in mijn lens. Klik. Op dat moment weet ik het zeker: beter dan dit wordt het niet.

De schildpad kijkt recht in mijn lens. Klik. Ik heb ‘m.
Na de duik maken we een wandeling in het Komodo Nationaal Park, op zoek naar de beroemde varanen. Onder begeleiding van een gids komen we oog in oog met deze indrukwekkende dieren. Een waardige afsluiting van een onvergetelijke reis.

De beroemde varanen.
Bekijk alle routes van de Tiaré
Laat een reactie achter