Waarom krijgt de ene duiker decompressieziekte (DCS) en de andere niet, zelfs wanneer beide binnen de grenzen van hun duikcomputer blijven? Onderzoekers van DAN Europe analyseerden bijna 128.000 echte duiken om te achterhalen welke factoren het risico op DCS beïnvloeden. Vooral het duikprofiel blijkt belangrijk, maar het onderzoek levert ook een aantal verrassende resultaten op.

Onderzoekers van DAN Europe beschikken over iets wat binnen duikonderzoek bijzonder waardevol is: een enorme hoeveelheid gegevens van daadwerkelijk gemaakte duiken. Voor een recent onderzoek analyseerden zij 127.957 duiken van 5.907 duikers, verzameld over een periode van vijftien jaar.

Bij 628 van deze duiken trad decompressieziekte op. Door deze duiken te vergelijken met de duiken waarbij geen DCS ontstond, konden de onderzoekers zoeken naar factoren die samenhangen met een hoger of juist lager risico.

Het uiteindelijke doel gaat verder dan alleen het herkennen van risicofactoren. DAN Europe werkt aan een toekomst waarin decompressie steeds meer kan worden afgestemd op de individuele duiker.

Duikprofiel belangrijkste risicofactor

De duidelijkste uitkomst heeft betrekking op het duikprofiel. De onderzoekers keken onder andere naar de mate waarin weefsels bij het bereiken van de oppervlakte nog met inert gas waren verzadigd.

Daarvoor gebruikten ze de zogenoemde DAN Surface Supersaturation Gradient (DSSG). Bij duiken waarna DCS ontstond, lag deze waarde gemiddeld aanzienlijk hoger dan bij duiken zonder incidenten: 86,6% tegenover 74,3%.

Ook bleek het risico groter wanneer relatief snelle weefselcompartimenten bepalend waren voor de decompressie.

De uitkomsten onderstrepen daarmee iets wat voor duikers direct relevant is: een conservatieve opstijging en voldoende tijd in het ondiepe gedeelte van de duik kunnen een belangrijke rol spelen bij het beperken van decompressiestress.

Duikrprofiel_decoziekte_Figure-4-6

DSSG voor duiken die resulteren in DCS (rechts) versus niet resulteren in DCS (links). De donkere box toont de middelste twee kwartielen (de helft van het aantal duikprofielen). De balken tonen de uitersten van het bereik.

Vrouwen hadden een hoger DCS-risico

Een opvallende uitkomst is het verschil tussen mannen en vrouwen. Binnen de onderzochte gegevens hadden vrouwelijke duikers gemiddeld een ongeveer vier keer zo hoog risico op DCS als mannelijke duikers.

Waarom dat verschil bestaat, kan op basis van deze studie niet worden vastgesteld. Mogelijke verklaringen liggen volgens de onderzoekers onder meer bij fysiologische verschillen in vaatfunctie, bloedstolling en ontstekingsreacties.

Anderen lezen ook:  Zeeziekte tijdens je duikvakantie: hoe krijg je het en hoe voorkom je het?

Ook is in het onderzoek nog geen onderscheid gemaakt tussen verschillende hormonale levensfasen bij vrouwen. Dat zou onderwerp kunnen zijn van vervolgonderzoek.

Daarbij is een belangrijke relativering nodig: ernstige decompressieziekte blijft bij zowel mannen als vrouwen zeldzaam. Een viermaal hoger relatief risico betekent dus niet automatisch dat het absolute risico groot is.

Technisch duiken vergroot risico

Ook technisch duiken kwam als risicofactor naar voren. Wanneer andere factoren gelijk werden gehouden, hing technisch duiken samen met een 36% hoger risico op DCS dan recreatief duiken.

De onderzoekers gebruikten onder andere het aantal meegenomen ademgassen als indicatie voor de complexiteit van een technische duik. Hoe meer verschillende gassen werden meegenomen, hoe hoger het gevonden risico.

Met de toenemende populariteit van rebreathers wordt het aantal meegenomen gassen overigens een minder bruikbare maatstaf voor de complexiteit van een technische duik.

Zowel zeer laag als zeer hoog BMI

Ook de resultaten rond BMI waren opvallend. Niet alleen een zeer hoog lichaamsgewicht bleek samen te hangen met een verhoogd risico.

De onderzoekers verdeelden de deelnemers over acht BMI-categorieën en vonden een U-vormig verband: zowel aan de zeer lage als de zeer hoge kant van het BMI-spectrum nam het DCS-risico toe.

Statistisch overtuigende verschillen werden vooral bij de uitersten gevonden. Het onderzoek geeft daarmee geen aanleiding om te concluderen dat kleine verschillen in BMI direct grote gevolgen hebben voor het DCS-risico.

duiker

Herhalingsduiken leveren opvallend resultaat op

Een andere opmerkelijke bevinding heeft betrekking op herhalingsduiken. Deze bleken in de onderzochte dataset gemiddeld een lager DCS-risico te hebben dan de voorafgaande duik.

Anderen lezen ook:  Getest: Garmin G1 Solar duikcomputer en smartwatch in 1

Dat zou kunnen passen bij het idee dat het lichaam zich tot op zekere hoogte aanpast aan herhaalde decompressiestress.

Tegelijkertijd bleek een langer oppervlakte-interval gunstig: ieder extra uur tussen twee duiken hing samen met een afname van het DCS-risico van ongeveer 6%.

Volgens de onderzoekers wijzen deze resultaten in de richting van een voorzichtige aanpak waarbij duikers het aantal duiken per dag beperken, voldoende lange oppervlakte-intervallen nemen en hun duiken over meerdere dagen spreiden.

Inspanning tijdens de duik verhoogt risico

Ook lichamelijke inspanning werd onderzocht. Een hoge belasting tijdens de duik bleek samen te hangen met een verhoogd risico op decompressieziekte. Dat sluit aan bij bestaande kennis over decompressiestress.

De resultaten rond sporten vóór de duik waren minder duidelijk. Hoewel in de database een verband met een hoger risico werd gevonden, benadrukken de onderzoekers dat lichaamsbeweging een complexe factor is. Ander onderzoek laat juist zien dat bepaalde vormen van lichte inspanning vóór een duik mogelijk een beschermend effect kunnen hebben.

Ook de resultaten rond vermoeidheid en kou leverden verrassingen op. Duikers die aangaven moe te zijn of het koud te hebben, hadden in deze dataset juist een lager risico. Dat betekent nadrukkelijk niet dat kou of vermoeidheid beschermt tegen DCS. Een mogelijke verklaring is dat duikers die zich minder comfortabel voelen vanzelf voorzichtiger gaan duiken.

Op weg naar een persoonlijke duikcomputer?

Veel van de onderzochte factoren zijn moeilijk afzonderlijk te meten. Daarom wil DAN Europe steeds meer fysiologische gegevens tijdens het duiken verzamelen, zoals hartslag, ademhalingsfrequentie, zuurstofvoorziening en lichaams- en huidtemperatuur.

Anderen lezen ook:  Ook voor techduikers? Garmin Descent Mk3i

Uiteindelijk kan dat bijdragen aan een heel andere manier waarop duikcomputers met decompressie omgaan.

In plaats van uitsluitend te rekenen met diepte, tijd en een theoretisch decompressiemodel, zouden toekomstige systemen ook rekening kunnen houden met de individuele fysiologische reactie van een duiker.

DAN Europe ziet het onderzoek met bijna 128.000 duiken dan ook als een stap richting gepersonaliseerde decompressie en individuele risicoberekening.

Voorlopig levert het onderzoek nog geen nieuwe universele instelling voor onze duikcomputers op. De belangrijkste praktische boodschap blijft vertrouwd: duik conservatief, beperk grote decompressiestress en neem voldoende tijd voor het laatste, ondiepe deel van je opstijging.

Bron: DAN Europe / Alert Diver / Tim Blömeke. Het onderzoek is gebaseerd op 127.957 geregistreerde duiken van 5.907 duikers.


Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

AANMELDEN NIEUWSBRIEF

 

Meest gelezen berichten