Je kunt er niet omheen, technisch duiken is erg materiaal-intensief. Alleen een normale dubbelset weegt al 40 kg en toch beheersen techduikers hun drijfvermogen als geen ander. Eén ding is zeker, als ze geen drijflichaam (BCD) meenemen, dan zakken ze als een baksteen naar beneden. Best wel een belangrijk uitrustingsstuk dus. Sander Evering van Dive Solutions neemt alle details van een wing onder de loep en vertelt waar je op moet letten bij aanschaf.

Tekst: Sander Evering Foto’s: René Lipmann

Met de wing bedoelen we puur het drijflichaam, niet de backplate of het harnas. De backplate is bedoeld om al je materiaal op aan te sluiten, inclusief de tanks (zie Techschool ‘Back to backplate’). De wing is het drijflichaam tussen de backplate en de tanks in, die je vastzet met twee sleutelmoeren. Het idee van een wing is dat je geen drijfvermogen aan de zij- of voorkant hebt zodat dit niet in de weg zit voor andere uitrusting. Daarbij, drijfvermogen heeft het meeste nut als het zo hoog mogelijk zit, dus vanuit het perspectief van een horizontale duiker, zoveel mogelijk aan de kant van de tanks. Des te hoger het drijfvermogen, des te lager je zwaartepunt, waardoor je stabieler in het water ligt. Bij een aluminium tank is dit niet zo belangrijk want die wegen onder water niet zoveel. Bij een stalen tank merk je veel meer invloed, laat staan wanneer je een stalen dubbelset gebruikt. De stalen set is het hoogste punt, maar ook het zwaarste. De duiker is met een isolerend pak juist positief; als je niets doet, val je met je tanks op de bodem. Dit kanteleffect kun je verkleinen door een wing te gebruiken, die zal de zware dubbelset beter in balans houden doordat het drijfvermogen aan weerszijden van de tank zo hoog mogelijk zit. Vanwege de vorm van de ‘vleugels’ wordt deze BCD een wing genoemd.

Anderen lezen ook:  Manta Madness Malediven

Hoe groter, hoe beter?
Er zijn een aantal belangrijke aspecten van een wing waar je op moet letten bij aanschaf. Het merk is tegenwoordig niet zo belangrijk meer, er zijn diverse fabrikanten die goede spullen maken. Jij als duiker moet eerst bepalen met wat voor tanks je wilt duiken, daar pas je namelijk de grootte van je wing op aan. Als een wing te klein is, heb je onvoldoende drijfvermogen en dan zink je. Maar met te veel volume steekt de wing ver boven de tanks uit en dat geeft verschillende problemen. Ten eerste steekt hij uit en dat beïnvloedt je stroomlijn, je creëert meer weerstand bij het zwemmen. Ten tweede is de wing veel kwetsbaarder voor lekkages, zeker als je in een grot of wrak per ongeluk het plafond raakt. Tijdens een opstijging merk je pas echt het enorme nadeel van een te grote wing; het is erg lastig om gas te dumpen omdat er een grote gasbel ontstaat die niet in de buurt van een ontluchter kan komen. Als laatste moet het zo zijn dat je al dat extra drijfvermogen niet nodig hebt. Is dat wel het geval, dan klopt er iets niet aan je gehele set. Wat je moet controleren, zoals altijd, is of je goed uitgelood bent. Duik je al zonder lood vanwege een dun pak maar ben je nog steeds te zwaar? Stap dan over op een aluminium backplate of vervang je stalen tanks door aluminium. Er is nooit een reden om met een hele grote wing te duiken.

De donutwing wint aan populariteit: het hoefijzermodel (rechts) ontlucht lastiger.

Volume in vorm
Maar wat is dan het juiste volume? Bij een enkele tank is dat tussen de 13 en 16 liter, bij een dubbel 12 is het tussen de 18 tot 20 liter en bij een dubbel 18 set kom je op een wing van ongeveer 25 liter uit. Sommige types zijn breder dan andere, duw de wing om je set en kijk of deze niet voorbij de tanks komt. Een wing met te veel volume wordt nog weleens in bedwang gehouden door een flink aantal elastieken eromheen te knopen. Dit is voor de meeste techduikers uit den boze; bij een lekkage van je wing zal deze leeg geknepen worden zodat je zeker al je drijfvermogen verliest. En nogmaals, zo’n grote wing is sowieso al niet nodig. Je kunt kiezen tussen twee modellen; een ring (donut) of een hoefijzermodel. De eerste wordt het meest gebruikt omdat deze beter ontlucht, het gas in je wing kan links en rechts beter verdeeld worden. Het oudere type, het hoefijzermodel, zie je steeds minder. Het zou een betere balans geven bij gebruik van meerdere stages, maar dit valt in de praktijk wel mee. Omdat het donutmodel makkelijker ontlucht en dus prettiger is bij het opstijgen, zie je dat deze wing wint aan populariteit.

De wing houdt de zware dubbelset in balans omdat het drijfvermogen aan weerszijden van de tanks zo hoog mogelijk zit.

Gas in, gas uit
Elke wing heeft een inflator-unit, deze zit aan een ribslang gemonteerd. Belangrijk is dat deze ribslang niet te lang is, hij moet vastzitten op de D-ring van je schouder maar niet verder uitsteken. Dat is niet nodig voor het ontluchten maar bij stages zou je hem al helemaal niet meer terugvinden. Er zijn meerdere inflators te krijgen en het verschilt per persoon welke bij jou past. Wat wel belangrijk is: hij moet sterk zijn. Een ander detail waar je op moet letten is de positie van de trekontluchter aan de linkerkant. Deze zit enigszins aan het uiteinde, zo kun je het gas beter dumpen. Sommige type wings zijn vanwege verkeerd plaatsen van de ontluchter bijna niet leeg te krijgen. Overigens is de reden waarom de trekontluchter links zit in evenwicht met de aansluiting van de inflatorslang op de rechterkraan. Bij een storing in de inflator-unit kun je de toevoer afsluiten door de rechterkraan dicht te draaien terwijl je met de linkerhand gas uit de wing dumpt.

Anderen lezen ook:  De vloek van de Farao, ongemak op duikvakantie

Balletje, balletje
Wat is er toch altijd aan de hand met het touwtje versus golfballetje? Aan de trekontluchter zit inderdaad een touwtje en vaak zit daar een klein plastic balletje aan vast, dit om de ontluchter beter te kunnen bedienen met handschoenen aan. Toch halen de meeste techduikers dit stukje plastic er liever af. De reden daarachter is dat het balletje nog weleens voor ongewild ontluchten kan zorgen. Het is heel goed mogelijk om het te ‘vangen’ terwijl je de manometer aan de D-ring op je heup wegclipt. Dan komt er spanning op het touwtje te staan en loopt je wing leeg. Probeer dit maar snel op te lossen terwijl er ook nog twee stages aan de D-ring hangen en je richting de bodem zakt…

Duurder hoeft niet altijd beter te betekenen, het belangrijkste is dat de wing past bij je set.

En het beste merk is…
Als je alle bovenstaande punten meeneemt bij je overweging van de juiste wing, dan kun je nog steeds kiezen uit diverse merken. Nu is er zeker verschil in duurzaamheid te vinden, maar er zijn veel merken die goede spullen maken. Wil je een betere kwaliteit wing zien dan moet je de buitenkant eens openritsen en de ‘bladder’ binnenin bekijken. Is deze van glazig polyurethaan of zie je zwart nylon? In het laatste geval is deze verstevigd en dus beter bestand tegen beschadigingen. Duurder hoeft niet altijd beter te betekenen, het belangrijkste is dat de wing past bij je set.

Over onze expert

Sander Evering is eigenaar van Dive Solutions. Hij heeft jarenlange ervaring in lesgeven op het gebied van sport- en technisch duiken. Hij is GUE Rec 1-3, Fundamentals, DPV, TECH 1, IANTD en PADI Instructeur. Hij verzorgt daarnaast workshops en persoonlijke trainingen en hij is fanatiek grot- en wrakduiker. www.divesolutions.nl

Anderen lezen ook:  Lichtgevende haai ontdekt!

Bekijk ook: Help! Wat doe ik hier. Trust me dive