De meeste sidemount- en techduikers nemen twee flessen mee onder water. Door de manifold hebben technische duikers een dubbel systeem op hun rug, terwijl bij sidemount met twee losse sets gedoken wordt. Sidemount biedt meerdere voordelen: je kunt de uitrusting aanpassen en je kan overal goed bij, je rug wordt niet belast en je hebt een extra luchtvoorraad bij je.

Tekst: Michael Krüger

Om beide flessen qua drijfvermogen in balans te houden, moet je tijdens de duik afwisselend uit beide flessen ademen. Daardoor vergt deze vorm van duiken direct een hogere taakbelasting. Des te lager je taakbelasting, des te meer energie en awarness houd je over om de situatie in de gaten te houden en problemen te voorkomen. Bij sidemount is de gehele tank niet meer bruikbaar indien een automaat problemen geeft. PADI, SSI, I.A.C. en andere organisaties bieden opleidingen aan. Duikers die wrakken op grote diepten willen verkennen, ontkomen niet aan een technische duikuitrusting.

De dubbelset is de beste manier om grote hoeveelheden gas op de rug mee naar beneden te nemen. Met twee uitgangen voor twee ademautomaten is er extra veiligheid ingebouwd: bij een probleem aan een automaat draai je de betreffende kraan dicht, maar kun je gewoon uit de andere kraan alsnog de gehele dubbelset leeg ademen. Techduikers gebruiken ademgassen met de ideale eigenschappen voor de geplande diepte tijdens de duik. Ze gebruiken een gestandaardiseerde uitrusting en het duikplan, ademgasmanagement en decompressie worden tot in het kleinste detail voorbereid.

 

De meeste organisaties voor techduiken eisen dat je een gestandaardiseerde uitrusting gebruikt – dat is veiliger omdat aansluitingen identiek zijn en de slangen van ademautomaten en inflator op dezelfde manier worden aangesloten. Wijk je af, dan is het risico groter. Qua logistiek verschillen sidemount en technisch duiken niet veel van elkaar. Met sidemount tanks moet je meer lopen en je hebt het gewicht in je handen. Bij backmount zit het op je rug en heb je je handen vrij voor je vinnen. Technische opleidingen worden onder andere aangeboden door organisaties als GUE, IANTD, maar ook door PADI (TecRec) en SSI (Extended Range).

Anderen lezen ook:  Finse grotduikers zoeken vermiste buddy's in het Pluradalen grottenstelsel in Noorwegen

Twee flessen, twee ademautomaten


Er wordt gedoken met twee onafhankelijke systemen. Het harnas (1) is voorzien van een luchtkamer, bandenstel en D-ringen waaraan de flessen worden vastgezet. Op één fles zit de primaire ademautomaat (2) met lange slang (long hose), manometer (3) en droogpakslang (4). De tweede fles met korte slang is voorzien van de secundaire ademautomaat met nekkoord (5), ademautomaat (6) en inflator (7).

 

Beide flessen (A) worden aan weerskanten van het lichaam met karabijnhaken (boltsnaps) aan het harnas (B) vastgezet. De long hose (C) wordt om de hals geslagen. Als een sidemountduiker goed is uitgetrimd (D) ligt hij perfect in het water.

Twee flessen met manifold

Technische duikers gebruiken een wing die bestaat uit een luchtkamer (1), backplate (2) en een harnas (3) bandenstel. De primaire ademautomaat (4) met lange slang en de inflatorslang (5) worden op de rechterkraan aangesloten. De secundaire ademautomaat met nekkoord (6) wordt samen met de manometer (7) en droogpakslang op de linkerkraan gezet.

De dubbelset (A) is voorzien van een manifold (B). Uit de ‘D12’ wordt tijdens de duik het bodemgas geademd. De secundaire 2e trap hangt om de hals (C), de primaire ademautomaat heeft een long hose (D). De duiker neemt stageflessen mee met bodem-, travel- en decogas.

Sidemount en technische duikers liggen met twee flessen onder water, maar er zit wel degelijk verschil tussen de systemen.