De meest voorkomende reden dat vogels in de winter bij Ecomare worden opgevangen is verzwakking. Wanneer een vogel in deze periode verzwakt raakt, verloopt dit proces veel sneller dan in de lente of zomer. Het lichaam vraagt in de winter namelijk veel meer energie, bijvoorbeeld om warm te blijven. Zeker tijdens strenge kou kan een kleine achterstand al grote gevolgen hebben.
Daarnaast spelen verkeer en katten een belangrijke rol. Omdat vogels in de winter dichter bij mensen komen om voedsel te zoeken, komen ze ook vaker in aanraking met auto’s en huisdieren. Deze combinatie van kou, voedseltekort en extra risico’s maakt de winter een gevaarlijke tijd.

In de winter worden andere soorten binnengebracht dan in de zomer. Zo zien we soorten als de houtsnip en watersnip relatief vaak. Deze vogels hebben een zeer gevoelige snavel en zijn afhankelijk van zachte grond om te foerageren. Wanneer de grond bevroren is, kunnen ze nauwelijks nog voedsel vinden en verzwakken ze snel.
Ook krijgen we in de winter veel zeevogels binnen. De Nederlandse kust en de Noordzee worden door verschillende soorten gebruikt om te overwinteren. Het gaat onder andere om zeekoeten, papegaaiduikers, roodkeelduikers, noordse stormvogels en drieteenmeeuwen. Vooral na stormen in combinatie met aanlandige wind spoelen deze vogels aan of raken ze uitgeput.
Wie in de winter een verzwakte of gewonde vogel vindt, kan het beste contact opnemen met een wildopvang of dierenambulance. Daar werken getrainde mensen die kunnen inschatten of opvang noodzakelijk is en wat de beste vervolgstappen zijn.
Het is belangrijk om vogels niet zomaar zelf op te pakken of te vervoeren. Vogelgriep speelt hierbij een rol: dit is een zogeheten zoönose, een virus dat ook op mensen kan overslaan. Om geen risico’s te nemen, is het essentieel dat mensen dit overlaten aan professionals.

Vogels hebben een hoge lichaamstemperatuur van ongeveer 40 tot 41 graden. Als een vogel onderkoeld is – dat wil zeggen kouder dan 36 graden – is het opwarmen een zeer zorgvuldig proces. Te snel opwarmen kan fataal zijn. Daarom maken we gebruik van speciale drooghokken, warmtematten en warmtelampen.
Zodra een vogel warm genoeg is om behandeld te worden, start de verzorging vrijwel altijd met het toedienen van ORS: water met zouten en suikers. Dit gebeurt via een sonde en helpt om de vochthuishouding weer op orde te brengen. De eerste 48 uur in de opvang staan vooral in het teken van stabilisatie. Daarna wordt langzaam begonnen met (vloeibare) voeding en, indien mogelijk, het behandelen van de oorzaak van de verzwakking, zoals een parasitaire infectie of een verwonding.
Het grootste verschil tussen winter en zomer zit in het feit dat dieren in de winter vaak koud of onderkoeld binnenkomen. In de zomer speelt dit probleem veel minder. Toch geldt in beide seizoenen dat verzwakte dieren altijd voorzichtig en stapsgewijs behandeld moeten worden, met veel aandacht voor stabilisatie en het rustig opbouwen van voeding.

Ecomare draait de vogelopvang zonder structurele subsidie van de overheid. Jaarlijks vangen we tussen de 600 en 900 dieren op. Geld en geschoolde menskracht zijn daarbij altijd beperkende factoren. Mensen die de vogels in onze opvang willen helpen, kunnen dit doen door te doneren. Steun Ecomare
Ook in de eigen tuin kun je vogels ondersteunen. Een natuurlijke tuin met rommelplekjes, bomen en struiken biedt veel meer dan een strak opgeruimde buitenruimte. Zelfs in een kleine tuin kun je al veel betekenen. Een voederplek met dagelijks voer en water helpt vogels door de winter heen. Het is daarbij wel belangrijk om deze plekken schoon te houden en het water regelmatig te verversen, omdat ziekteoverdracht hier makkelijker kan plaatsvinden.
Tot slot zou het enorm helpen als meer mensen hun katten binnenshuis houden. De impact van katten op vogelpopulaties in Nederland is groot. Uit onderzoek blijkt bovendien dat katten die binnen blijven gemiddeld 30 procent langer leven dan katten die ook naar buiten mogen.
Informatie over Ecomare
Laat een reactie achter