Een normaal duikprofiel, een veiligheidsstop en dan ineens voel je je duizelig en misselijk. Diagnose: een decompressie-ongeval met vervolgens een behandeling in de decompressiekamer. Hoe kan dat? Ons artsenteam vertelt welke factoren het risico verhogen.

Het is geen geheim: er gebeuren daadwerkelijk duikongevallen zonder dat er extreem wordt gedoken of de regels voor de opstijging worden overtreden. Hoe kan dat? De moderne duikcomputers zijn te vertrouwen; de daadwerkelijke problemen die de aanleiding vormen voor een duikongeval moeten we elders zoeken. Naast de bekende factoren – duikdiepte en duiktijd – zijn er allerlei factoren die het risico van een decompressie-ongeval verhogen. Wij gaan in dit artikel op enkele factoren in – factoren waar geen enkel rekenmodel voldoende rekening mee houdt. De lijst is niet compleet, we vermelden alleen de meest voorkomende oorzaken want er zijn veel meer factoren die het decompressierisico kunnen verhogen. Bovendien zijn nog niet alle factoren bekend die bij het ontstaan van een individueel duikongeval een rol kunnen spelen.

Immuunsysteem

Enkel de aanwezigheid van gasbellen in het bloed hoeft nog niet te betekenen dat iemand een duikongeval krijgt. Afhankelijk van de grootte en het aantal kan het lichaam de gasbellen verdragen. Voor een deel van het immuunsysteem, het zogenoemde complementsysteem, ligt dat iets gecompliceerder. Wat betekent dat? Het gaat hierbij om eiwitten, die simpel uitgedrukt als ‘speurhond’ dienen voor witte bloedlichaampjes. Het complement markeert alles wat er niet thuishoort (zoals bacteriën en gasbellen) en wekt een ontstekings- en immuunreactie op. Wanneer het complement overgevoelig reageert, hoeft er maar iets te gebeuren om de strijd tegen de indringer aan te gaan. In het geval van duikers is dat de strijd tegen de gasbellen. Vandaar dat men ervan uitgaat dat bij duikers met een overgevoelig complementsysteem de kans op een duikongeval groter is. Helaas kan dit risico niet in het lab worden vastgesteld, noch kan het met medicijnen onder controle gehouden worden.

Wat mogelijk ook naar het immuunsysteem te herleiden valt, zijn meldingen van duikers die een duikongeval hebben gehad en langere tijd voor de duikvakantie een zeer turbulente tijd (vaak op hun werk) hebben doorgemaakt. Aangezien aanhoudende stress ook een aanslag op het immuunsysteem vormt, kan er een verband bestaan. Maar hier is nog geen wetenschappelijk onderzoek naar gedaan, dus het blijft bij speculeren.

Decorisico’s die elke duiker moet weten!

Temperatuur

We hebben het hier niet over de temperatuur van het bloed (die in de belangrijke delen van het lichaam van de mens constant is), maar over de invloed van de omgevingstemperatuur op de doorbloeding van de weefsels. Voor de stikstofhuishouding in de weefsels speelt deze temperatuur een belangrijke rol. Een kleine verandering kan al van grote betekenis zijn, bijvoorbeeld wanneer de buitentemperatuur daalt. Als de duiker het tijdens de decompressiefase koud krijgt, vernauwen de capillairen (haarvaten) zodat hij niet verder afkoelt. De doorbloeding neemt daardoor af en er wordt minder stikstof uit het lichaam afgevoerd. Het effect is bijzonder negatief indien de duiker zich tijdens de isopressiefase (gelijkblijvende omgevingsdruk) van de duik heeft moeten inspannen en het tijdens de decompressie koud krijgt. Maar ook warmte kan een rol spelen bij het ontstaan van een duikongeval. Neem je na een duik een hete douche of ga je de sauna in, dan verwijden de vaten en verandert dus de doorbloeding. Wanneer zich in een weefsel nog veel stikstof in opgeloste vorm bevindt, kan dit de beroemde druppel zijn die de emmer doet overlopen. De tot dan toe inerte stikstof veroorzaakt een duikongeval.

PFO

Veel duikers denken bij het horen van ‘bevorderende factoren’ aan het patent foramen ovale (PFO). In de tijd vóór de geboorte vormt het zogenoemde foramen ovale in het hart een open verbinding tussen de grote en kleine circulatie. Na de geboorte groeit deze opening dicht, maar bij sommige mensen niet helemaal. In principe is dat geen probleem. Maar in het kader van de duiksport kan het gebeuren dat stikstofbellen die zich in het veneuze bloed bevinden, niet verder getransporteerd kunnen worden naar de longen en in de linkerhartboezem blijven steken. Vervolgens kunnen de bellen dan in het gehele lichaam terechtkomen en een duikongeval in de hand werken.

Komt het inderdaad zover zonder dat de decoregels zijn overtreden, dan wordt al snel aan een PFO gedacht. Wordt de diagnose ook daadwerkelijk gesteld, dan is de reden duidelijk. In aanmerking nemende dat bij circa een derde van de volwassen bevolking het foramen ovale niet volledig is dichtgegroeid, kan ook 1 op de 3 duikers een PFO hebben. Is dit het geval, dan is het risico van een duikongeval groter. Maar de kans is zo klein dat dit niet bij elke duikmedisch onderzoek gecontroleerd hoeft te worden.

Grote deceptie: de duik had een heel normaal profiel en toch gebeurt er een decompressie-ongeval.

Vochtgebrek

Een factor die van grote invloed is, is een tekort aan vocht in het lichaam. Vooral de hogere urineproductie (duikerdiurese) is een belangrijke boosdoener. Zelfs wanneer je weet dat het lichaam gedurende enige tijd in staat is om het centrale bloedvolume constant te houden. Dit is mogelijk omdat de capillaire doorbloeding in minder belangrijke weefselcompartimenten sterk afneemt en er vocht aan die weefsels wordt onttrokken. Dit gebeurt voordat je er erg in hebt en dorst krijgt. Vanwege de veranderde doorbloeding is het decompressierisico groter. De oorzaken van een dergelijk vochttekort lopen uiteen. Alleen al een lange vliegreis naar de vakantiebestemming kan voldoende zijn. Ga je daarna meteen duiken, dan is het tekort vaak nog niet aangevuld. Ook vochtverlies door zweten kan een probleem zijn.

Roken

Roken is slecht voor de doorbloeding van de weefsels. In het kader van een groot onderzoek kon duidelijk worden aangetoond dat rokers een grotere kans op een duikongeval hebben. Bovendien zijn de symptomen bij nicotinegebruikers meestal ernstiger dan bij niet-rokers. Ook is roken een relevante risicofactor voor ’air trapping’. De uitzettende ademlucht in een deel van de alveoli (longblaasjes) wordt dan gehinderd, met als mogelijk gevolg dat de longen scheuren.

Overgewicht

Mensen met overgewicht hebben meer kans op een duikongeval dan duikers met een slank postuur. Daar zijn meerdere redenen voor: vaak is het gebrek aan lichaamsbeweging de oorzaak van het gewichtsprobleem. Tijdens het duiken verbruiken deze mensen meer lucht en nemen ze dus ook meer stikstof op. Naast de doorbloeding van de weefsels vormt ook het grotere vetpercentage een risico. Vet kan heel erg veel stikstof opnemen. Maar vetweefsel geeft de hoeveelheid stikstof uitermate langzaam af. Bovendien is de doorbloeding van vetweefsel slecht zodat de stikstof erg traag wordt afgevoerd. De stikstofwaarde van deze duikers blijft dus langere tijd hoog, wat zeker in het geval van herhalingsduiken (of bij de vliegreis naar huis) tot problemen kan leiden.

Niet zelden hebben mensen met overgewicht een te hoog cholesterol. En dat heeft een nadelige invloed bij de decompressie omdat een hoger cholesterol de vorming van bellen in het bloed in de hand werkt. Aan de hand van Doppler Ultrasound-onderzoek is gebleken dat er bij duikers met een hogere cholesterolwaarde meer gasbellen in het bloed zitten. Daarbij moet opgemerkt worden dat het hierbij niet alleen ging om personen die constant een cholesterolprobleem hebben. Ook na een overvloedige maaltijd zijn de waarden uren lang hoger dan normaal. Een patatje net voor de duik is dus geen goed idee, aangezien het vet de vorming van bellen in de hand werkt en dus het gevaar van decompressieziekte verhoogt.

Volkomen uitgedroogd na een inspannende duik: de kans op een deco-ongeval is buitengewoon groot.

Inspanning

Als je een goede lichamelijke conditie hebt, vormen zich minder gasbellen. Daar zijn meerdere redenen voor: ten eerste hoeven het hart- en vaatstelsel en de ademhaling van een getrainde duiker minder hevig te reageren bij belasting. De ademhaling en hartslag nemen minder sterk toe. Daardoor wordt er minder lucht ingeademd en neemt het lichaam minder stikstof op. Bovendien zijn de weefsels van iemand met een goede conditie beter doorbloed. Ook geven deze fitte mensen stikstof duidelijk beter af tijdens de decompressiefase van de duik.

Intensieve lichamelijke inspanning tijdens de duik kan een probleem vormen omdat er meer stikstof wordt opgenomen. In de eerste uren na de duik kun je beter niet sporten omdat er grotere hoeveelheden stikstof uit de weefsels vrij kunnen komen. Goed om te weten: ook spierpijn als gevolg van fysieke inspanning is een belangrijke risicofactor voor een duikongeval. Met spierpijn kun je beter niet duiken of je moet buitengewoon conservatief duiken (ondiep, kort en geen herhalingsduiken).

Leeftijd

Als roken een probleem is waar je alleen zelf schuld aan hebt, dan is ouder worden precies het tegenovergestelde – het gebeurt, of je wilt of niet! Maar wanneer je ouder wordt, verslechtert de doorbloeding. Dit heeft gevolgen voor de opname en afgifte van stikstof: hoe ouder je wordt, des te meer bellen zich vormen. Beangstigend is dat dit effect je vanaf de leeftijd van 40 jaar al parten speelt. Maar je kunt het proces van ouder worden vertragen – door regelmatig te sporten en niet te roken.

Geslacht

Ook het geslacht is van invloed: bij vrouwelijke duikers werd aangetoond dat het risico van een decompressie-ongeval afhankelijk is van de maandelijkse cyclus en niet voortdurend even hoog is. Voor duiksters die een normale menstruatie hebben – en dus niet de pil slikken – is de kans op een decompressie-ongeval in de eerste week van de cyclus groter. Tot op heden zijn de geleerden het er nog niet over eens waar dit aan ligt. Waarschijnlijk speelt de bloedspiegel van het vrouwelijke geslachtshormoon een belangrijke rol.

Plan en maak je duik zo, dat je duikcomputer bij het bereiken van de oppervlakte al snel weer de maximale nultijd toestaat.

Tart de limieten niet

Zoals gezegd, is dit overzicht van risicofactoren zeker niet compleet. Maar nu je in elk geval een aantal belangrijke risicofactoren kent, ben je je bewuster van het gevaar. Wie verstandig is, doet het probleem niet af door alleen een duikcomputer aan te schaffen, maar verdiept zich iets meer in deze materie. Onze tip: tart de limieten van de computer niet! Een beter idee is om de duik zo te plannen en te maken dat de duikcomputer bij het bereiken van de oppervlakte al snel weer de maximale nultijd toestaat. Het is verstandig om aan het einde van elke duik een veiligheidsstop te maken, ook wanneer de computer geen decotijd aangeeft. Na de duik moet je zo snel mogelijk het tekort aan vocht compenseren en bij een acuut tekort (bijvoorbeeld diarree) besluiten niet te gaan duiken. Neem geen warm bad en ga niet de sauna in na een duik. Hoeveel tijd er tussen de duik en de sauna moet zitten, is zo niet te zeggen. Dat heeft er uiteraard mee te maken hoeveel stikstof je tijdens de duik hebt opgenomen maar ook of er nog andere factoren bestaan die een hoger risico van een duikongeval in de hand werken.

Roken is zeker geen goed idee, maar dat prediken de artsen al jaren. Iedereen die rookt weet dat – we gaan er dan ook hier niet verder op in. Dan komen we nu bij het thema voeding. Duikers die aan de zware kant zijn; duik conservatief. Dat geldt overigens ook voor duikers met een hoog cholesterol, of ze nu wel of geen overgewicht hebben. Eet vóór de duik geen vet voedsel. Voor iedereen met overgewicht en alle rokers geldt dat de belvorming zo veel mogelijk beperkt moet worden.

Belangrijk! Duik altijd conservatief en houd een oppervlakte-interval van minimaal 4 uur tussen de duiken aan. De opstijgsnelheid in de laatste meters moet verlaagd worden en als het mogelijk is, duik met nitrox. Vermijd inspanning tijdens en na de duik – dat verlaagt de kans op een duikongeval. Een advies voor iedereen, niet alleen voor duikers: zorg dat je fit blijft, ook als je niet in de risicocategorie qua gewicht en leeftijd valt. Voor duikers is een cardioprogramma het meest geschikt. Hardlopen en fietsen zijn een prima manier om je basisconditie op peil te houden. Ook door zwemmen en vinzwemmen in een zwembad of buitenwater kun je het risico verkleinen.

Tekst: Claus-Martin Muth en Tim Piepho Foto‘s: Wolfgang Pölzer Illustratie: S. Timmann

Bekijk ook: Lucht, nitrox en vermoeidheid