Perenbomen worden omgetoverd tot kunstmatige riffen in de Waddenzee en trekken na ruim een jaar onder water een overvloed aan zeeleven aan. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Jon Dickson. Na slechts vier maanden waren er al veel vissen en andere zeedieren te vinden rond de riffen, en na zestien maanden is de diversiteit alleen maar toegenomen. Redacteur Harriët Plantinga gaat in gesprek met Jon, die vroeger als bosbrandbestrijder werkte in British Columbia, Canada.

Tekst: Harriët Plantinga Foto’s: NIOZ

Waarom plant je perenbomen in de Waddenzee?

De perenbomen zijn experimentele kunstmatige riffen en dienen deels als vervanging voor het natuurlijke drijfhout dat vroeger in zee terechtkwam. In vroegere tijden, voordat dammen en dijken werden gebouwd, belandden veel bomen in zee en zorgden ze voor structuur op de zeebodem. Dit natuurlijke drijfhout is tegenwoordig zeldzaam. Hout heeft namelijk ongeveer 6 tot 17 maanden nodig om te zinken, afhankelijk van de houtsoort. Daarnaast dienen de perenriffen als vervanging voor mossel- en oesterriffen die vroeger in overvloed in de Waddenzee te vinden waren, maar zijn verdwenen door visserij, baggerwerk en ziekten. De perenbomen zijn als ware een ‘skelet’ voor deze schelpdierriffen om zich op te vestigen terwijl het beschutting en habitat biedt voor vissen, manteldieren, mosdiertjes etc.

Een bijzonder project

Wie heeft dit bedacht?

Het gebruik van perenbomen als alternatief rif was een slim idee van NIOZ-onderzoeker Tjeerd Bouma, die zag dat veel perenbomen aan het einde van hun economische levensduur worden gekapt. Ze vormen een goedkope bron van hout, dat in grote hoeveelheden beschikbaar is in Nederland. Om het zeeleven rond deze kunstriffen te monitoren, werden 192 bomen omgebouwd tot 32 ‘kunstriffen’ en in 2022 in de Waddenzee geplaatst, verankerd met betonnen voeten. Met behulp van camera’s, fuiken en periodiek optillen van sommige riffen, houden we in de gaten hoeveel zeeleven ze aantrekken. De resultaten zijn buitengewoon positief, met groeiende populaties van verschillende zeedieren.

Anderen lezen ook:  Dolfijnen 'spreken' ook dialect

Hoe kom je aan perenbomen?

Fruitbomen hebben een economische levensduur van ongeveer 20 jaar, dus boeren roteren voortdurend oude bomen en enten of planten nieuwe. Elk jaar wordt in Nederland ongeveer 400 hectare fruitboomgaarden gerooid. De 200 bomen waarvan we de 32 riffen hebben gemaakt, kwamen uit een boomgaard van 0,25 hectare in Zeeland die werd gekapt. We hebben ze op de boerderij gekapt en een transportbedrijf ingehuurd om de bomen naar Texel te vervoeren, waar mijn team en ik de riffen hebben gebouwd van elk zes bomen. De perenriffen zullen uiteindelijk verdwijnen doordat paalwormen het hout aantasten. Maar als alles volgens plan verloopt, zullen deze bomen na enkele decennia volledig bedekt zijn met rifvormende organismen zoals schelpdieren, wat resulteert in natuurlijke riffen.

Een rif kan worden gemaakt van alles wat van de bodem afsteekt, zoals oesters, drijfhout, scheepswrakken en stenen.

Van welke zeedieren zie je de populatie groeien?

We zien dat de vispopulaties vijf keer hoger zijn rond de boomriffen met drie keer zoveel soorten als in nabijgelegen zandige controlegebieden. Natuurlijk groeien er ook talloze sessiele dieren op de riffen – manteldieren, mosselen, zeepokken, zeewieren. Sessiele dieren zijn dieren die vastzitten en zich niet vrij kunnen bewegen, zoals schelpdieren, koralen, en zeeanemonen. Ze zijn meestal stevig gehecht aan een ondergrond en voeden zich vanuit hun vaste positie. Koralen komen niet voor in Noord-Europa, Oesters daarentegen wel. Dit jaar hebben we ook ongeveer 2000 inktviseieren gevonden op een rif dat we hebben opgehesen – samen met jonge pholis gunnellus (botervis). Hieruit blijkt dat de riffen niet alleen vissen aantrekken, maar ook paai- en kinderkamerhabitat bieden.

Anderen lezen ook:  Mijn duikavontuur: Onbekend zoetwaterkwallenmeer

Loop je ook tegen problemen aan?

Om eerlijk te zijn is predatie een groot probleem in de Waddenzee. Predatie is het proces waarbij een organisme – het roofdier – een ander organisme – de prooi – vangt en opeet. Het is een belangrijk onderdeel van voedselketens en heeft invloed op populaties en ecosystemen. We zien dat mosselen zich vestigen, maar alleen de mosselen die extreem beschermd zijn overleven. Er zijn niet genoeg roofdieren in het systeem om bijvoorbeeld de krabben onder controle te houden. Daarom is het opwindend om te zien dat sepia’s de riffen gebruiken; als er zich een populatie vestigt, kunnen ze misschien de krabbenpopulatie zo ver terugdringen dat de schelpdieren zich massaal kunnen vestigen.

Wat moet er nog gebeuren voordat dit project kan worden uitgerold, bijvoorbeeld naar de Noordzee?

Natuurlijk hebben we dit experiment nog maar 1,5 jaar uitgevoerd in één getijdenbekken in de Waddenzee. Het is bewezen dat deze structuren werken in een gebied met woeste stromingen. Als ze werken in de ernstig aangetaste Waddenzee met zijn al zijn processen die plaatsvinden door getijdenwerking, dan kunnen ze overal werken, in ieder geval in gematigde zeeën. Maar omdat de boomriffen vrij grote eenheden zijn door het ontwerp, blijven de transport- en verzendkosten aanzienlijk. Het zou de moeite waard zijn om deze op grotere schaal en op grotere diepte te bestuderen, zoals in de Noordzee. Of misschien zelfs in de Middellandse Zee – daar wordt immers traditioneel gezonken hout op industriële schaal gebruikt om het kuitschieten van inktvissen, en dus de voordelen voor de bijbehorende visserij, te bevorderen.

Hoe gaat het nu verder?

Er moet een brede publieke acceptatie komen dat hout op zee vroeger natuurlijk was. We hebben fossiele gegevens van 200 miljoen jaar geleden over gezonken houtgemeenschappen. Houtimport is nu grotendeels gestopt en die gemeenschappen hebben veel habitat verloren. Verder moet er gewerkt worden aan structurele financiering en investeringen en moet er een update komen van de OSPAR-regels voor kunstmatige riffen. Daarnaast zijn er verdere experimenten en herstelmaatregelen op grotere schaal nodig en op meer plaatsen. Daarvoor moeten we een manier vinden om de kosten van verzending en plaatsing te verlagen.

Jon Dickson

Over Jon Dickson

Naast brandweerman heeft Jon ook gewerkt als poolgids in Antarctica, Groenland en het Canadese Noordpoolgebied. Hier leerde hij RIBs leren besturen in uitdagende omstandigheden. Zijn vooropleiding bestaat uit een master in marien management, gevolgd in IJsland, en een B.Sc in fysische geografie van de Universiteit van Victoria in Canada. Hij heeft op verschillende plaatsen gewoond en veel gereisd. Zijn favoriete landen tot nu toe zijn Mongolië, de Filippijnen, IJsland, Oeganda, Slovenië en Canada.

Anderen lezen ook:  Blackwater Diving, duiken in ‘Outer Space’

Over NIOZ

Het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, is het nationale oceanografische instituut en het expertisecentrum van Nederland voor oceaan, zee en kust. Het instituut bevordert fundamenteel begrip van mariene systemen, de manier waarop ze veranderen, de rol die ze spelen in klimaat en biodiversiteit, en hoe ze duurzame oplossingen kunnen bieden aan de maatschappij in de toekomst. In deze kritieke decennia voor onze planeet vervult het NIOZ, met zijn unieke combinatie van wetenschappelijk onderzoek en maritieme operaties, een cruciale rol in het bevorderen van ons diepgaande inzicht in veranderingen in mariene processen, de stabiliteit van mariene ecosystemen, potentiële omslagpunten, en mogelijke oplossingen voor de belangrijke maatschappelijke vraagstukken die voortvloeien uit de klimaat- en biodiversiteitscrisis.
Het perenbomenproject werd mede mogelijk gemaakt door financiering van het Waddenfonds en de provincies Groningen, Friesland en Noord-Holland.