Veel duikers kiezen tegenwoordig voor een vakantie op een liveaboard of gaan mee wrakduiken op de Noordzee. Maar wat als je boot in de problemen komt en je moet het schip verlaten? Weet jij dan hoe je moet handelen? Tijdens de Noordzeetraining leer je alle procedures hoe je jezelf – en anderen – in veiligheid kunt brengen.

Tekst: Judith Rietveld  Foto’s: René Lipmann

Daar sta ik dan. Bovenop een omgekeerd reddingsvlot. De wind blaast om mijn oren en mijn haar plakt tegen mijn gezicht. Ik moet dit vlot omdraaien. Nu. Voorzichtig geef ik een rukje aan de keerbanden aan de onderkant, maar het gevaarte blijft roerloos op het water liggen. Ik trek harder en gebruik al mijn kracht. Eindelijk begint het vlot over te hellen. Met een grote plof kiepert het vaartuig over me heen. De keerbanden houd ik stevig vast en ik trek mezelf onder het vlot uit. Wanneer ik het zoute water uit mijn gezicht wrijf en de adrenaline wat afneemt (ja, ik vond het best spannend) kijk ik recht in de ogen van Klaudie Bartelink, onze trainer van vandaag. «Goed gedaan, hoor! Wil je nog een keer?»

Hoe keer je een vlot om? Nou, zo dus.

We volgen vandaag de Noordzeetraining van Get Wet Maritiem. Deze training is bedoeld voor duikers, zeilers en andere watersporters die zich regelmatig aan boord van een schip bevinden. In de Noordzee is de overlevingskans door de lage (water)temperatuur gering. Maar ook wanneer je meegaat op een liveaboard is het raadzaam dat je weet hoe je moet reageren in noodsituaties. We starten de dag met een twee uur durend theorieblok van Ben Stiefelhagen. Hij geeft al jaren deze unieke training en weet alles over overlevingsskills. Als oud-marinier, ervaren Noordzeeduiker en professioneel bergbeklimmer weet hij waar hij het over heeft. Ben brandt los: «Om te kunnen overleven in noodsituaties is het belangrijk om paniek te voorkomen. Paniek is een stresstoestand die uit de hand is gelopen. Van het ene op het andere moment ben je aan het eind van je Latijn om nog te relativeren en overwogen te handelen.» Daarom is het goed om je materiaal en persoonlijke veiligheidsmiddelen zorgvuldig te checken. En nog het belangrijkste: dat je weet hoe het werkt. Ben toont een scala aan middelen die je mee kunt nemen. Van reddingsvest tot veiligheidsharnas, van kleding tot waterdichte zakken. «Voor duikers is het belangrijk dat ze een felgekleurde uitrusting hebben. Veel duikers duiken met zwarte of donker gekleurde wetsuits en BCD’s die slecht zichtbaar zijn. Vanuit veiligheidsoverweging is het beter om iets met een duidelijke kleur te kopen. Gekleurde vinnen en een veiligheidsboei mogen niet ontbreken: hiermee kun je de aandacht trekken.»

Reddingsvesten zijn levensbelangrijk om te overleven op zee.

Afkoeling

Overboord vallen is niet leuk, zowel in koud als in warm water kan het zeer ernstige gevolgen hebben. In het water koel je 26x sneller af dan in lucht van dezelfde temperatuur. Een voorbeeld: bij een watertemperatuur van 17 graden is de overlevingstijd 23 minuten (Noordzee in de zomer). Bij 7 graden is deze 19 minuten (Noordzee in de winter). Het is daarom belangrijk dat de drenkeling zo snel mogelijk weer aan boord wordt gebracht. «Een drenkeling die nog in leven is en enige tijd in koud water heeft gelegen, moet als glas worden behandeld,» legt Ben uit. «Door vasoconstrictie, waarbij de vitale delen van het lichaam voorrang krijgen op de niet-vitale delen, heeft het kleine beetje warme bloed zich dus verzameld rondom die belangrijkste delen. Het bloed en de rest van het lichaam is koud. Om te voorkomen dat het koude en warme bloed zich gaan mengen, dient het slachtoffer horizontaal gered te worden. Dit heeft onder andere te maken met het hydrostatisch drukverschil. Door de hogere druk op de benen veroorzaakt door water, wordt het bloedvolume in de benen minder. Daardoor ontstaat een overdruk aan bloed in de hersenen en hart. Door plotselinge afname van druk door een verticale redding, valt de druk op de benen weg en zal het bloed door de zwaartekracht naar de benen zakken. Deze plotselinge drukvermindering kan fataal zijn. Dit wordt ook wel de reddingsdood genoemd.» Ben vertelt ontzettend veel interessante informatie en ik ben blij dat we aan het eind van de les een prachtig boekje meekrijgen waarin ik alles terug kan lezen. Dan is het tijd voor het ‘natte’ gedeelte, we gaan de Noordzee op!

Bij elkaar blijven

De zee ligt er schitterend bij en de zon schijnt zelfs. Bij overleven op zee denk je misschien wel aan hoge golven en regen, maar ik vind het zo wel prima. We krijgen allemaal een reddingsvest aan, iets wat ik normaal een beetje overdreven vind als ik op een boot meevaar, ik ben toch duiker? Maar ik heb nu geleerd dat zo’n vest levensreddend kan zijn. Als eerste mag ik in het water springen. Om een koudeschok te voorkomen, maak je een soort ‘kapje’ voor je mond met je hand. Zo sluit je namelijk de luchtwegen af. Ik neem een sprong en beland veilig in het water. De opdracht is nu dat ik horizontaal gered word. Dat vroeg ik me wel af: hoe krijg je een slachtoffer horizontaal aan boord als je op een groot schip bent? De sleepboot Oceaan is hiervoor goed uitgerust: ik word in een groot net dat langs de zijkant hangt gelegd en als een rollade omhoog gerold. Echt prettig is het niet, maar ik bereik wel veilig en horizontaal het schip. Klaar voor de volgende opdracht. Met ons team van zes man springen we overboord.

Trainer Klaudie gebiedt ons bij elkaar te blijven: zo vergoot je je overlevingskans. «Wanneer je als duikers ver van de boot aan de oppervlakte komt, is het ook raadzaam om bij elkaar te blijven. Onderschat de stroming nooit: zoek de meest comfortabele positie in het water en blijf bij elkaar!» Het grootste gevaar schuilt in afkoeling. Als het lukt, neem je de foetushouding aan. Ben je met meerdere personen, kruip dan dicht tegen elkaar aan om warm te blijven. Toen ik de film ‘Open Water’ keek (ik heb hem zelfs afgekeken) vroeg ik me af waarom ze niet in beweging kwamen om een boot te zoeken. Klaudie raadt dit af: «Zwem niet, tenzij je er absoluut zeker van bent dat je ergens heen kunt zwemmen. Het lijkt alsof je je warm kunt zwemmen, maar je raakt juist sneller onderkoeld. Er zijn veel hulpmiddelen om aandacht te trekken, gebruik die zodra je een boot ziet.» Mocht je toch een groep in zijn geheel willen verplaatsen, dan pas je de ‘krokodilmethode’ toe. Personen die geen reddingsvest hebben, gewond zijn of niet kunnen zwemmen, worden over deze groep verdeeld. Dit gaan we nu oefenen. Ik klem mijn voeten onder de oksels van mijn buddy, hij doet precies hetzelfde bij weer een andere teamgenoot.

We worden een lange krokodil van wel zeven man, waarvan de laatste op zijn buik ligt om de weg te wijzen. “En nu peddelen!» We maaien met onze armen door het water en ik voel me een volslagen idioot. Ik ben blij dat we niet veel toeschouwers hebben… Maar dan merk ik dat dit wel heel goed werkt. We zijn in een rap tempo bij de boot en we zijn nog helemaal compleet!

Reddingsvlot

Aan boord van schepen heb ik ze vaak genoeg gezien, maar erin gezeten nog nooit: een reddingsvlot. Nu krijg ik de kans. We ‘krokodillen’ met z’n allen naar het vlot, waar we ons één voor één in hijsen. Binnen oogt het best ‘ruim’, ik had het kleiner verwacht. We controleren of iedereen er is. Met twee peddels proberen we het ronde vlot vooruit te krijgen, maar aangezien het gevaarte rond is, draaien we volgens mij alleen maar rondjes… We krijgen ook de opdracht om een drenkeling te redden en om iemand aan boord te krijgen is nog lastiger dan verwacht. Wanneer we de laatste man gered hebben, leert Klaudie ons nog hoe we beter zichtbaar zijn voor een helikopter. Dus hop, weer het water in. We maken een cirkel, waarbij we elkaars handen vasthouden en beginnen als bezetenen te trappen. Dit moet je inderdaad van bovenaf wel kunnen zien!

«In krokodilformatie terug!» brult Klaudie boven het gespartel uit. In een soepele lijn peddelen we als een echte krokodil terug. Wanneer we bijna bij de boot zijn, bedenk ik me dat ik vandaag echt goede dingen geleerd heb. Wat een gave dag. Hopelijk heb ik het nooit nodig, maar zeg nooit nooit. De krokodilmethode kan ik in ieder geval perfect uitvoeren!

Noodsignaleringsmiddelen voor duikers

Markerings- en decoboeien

Het best zichtbaar is fluorescerend geel. Uit een test is gebleken dat een feloranje decoboei met het blote oog vanaf een hoogte van 1,5 kilometer te zien is. Wanneer je een reddingsvliegtuig hoort, leg je hem plat op het water of zwaai je ermee boven je hoofd.

Flitsers en licht

Felle lampen en flitsers zijn onontbeerlijk in het donker. Lampen die een krachtige lichtstraal produceren zijn overdag op 4 kilometer en in het donker op 8,5 kilometer zichtbaar. Beweeg de lichtbundel langzaam horizontaal en verticaal, niet recht naar het zoekvaartuig toe.

Fluitje of luchthoorn

Een fluitje is handig, maar het bereik is zeer beperkt boven het geluid van een boordmotor. Er zijn meerdere ‘luchthoorns’ verkrijgbaar, die je kunt bevestigen aan je BCD. Ze zijn veel luider dan een fluitje, maar verliezen effectiviteit bij sterke wind of als je zonder lucht zit.

Watervaste fakkels

Kleine fakkels in een waterdichte koker bestaan vaak uit een rode fakkel aan een kant en een rooksignaal aan de andere kant. Deze kunnen mee tot maximaal 90 meter.

Seinspiegel

Een spiegel is een uitstekend reflecterend middel. Onder de juiste hoek zal een duikbril of –mes kunnen volstaan.

Rescue Streamer

Een Rescue Streamer is een zeer compact en lichtgewicht oranje markeringsmiddel dat plat op het water ligt. Op een afstand van 2 km is deze nog te zien.

Aanmelden: info@getwet.nl Meer info: www.getwet.nl

Bekijk ook: Duikongeval? Meld het!