Bonaire staat bekend om haar vele kantduiken, maar wist je dat er ook voor technisch duikers interessante stekken zijn? Bij de beroemde Red Slave dalen we af naar 40 meter plus. We ontdekken gigantische ankers van de zoutschepen en gaan op zoek naar resten van het Britse fregat HMS Barham.

De voettocht vanuit Rincon naar de zoutplantages duurt ongeveer 7 uur, op blote voeten. Deze wandeling is nog maar het begin van de reis naar de ‘witte hel’, op de zoutpannen begint het extreem zware werk. Met houwelen en schoppen wordt het zout uit de bodem gehakt en in manden gedaan.

Mr. German Arango van Buddy Dive Tek is onze duikgids bij Red Slave.

De vraag naar zout steeg enorm en Bonaire bleek bij uitstek geschikt te zijn voor de winning van dit witte goud.

Vervolgens brengen andere slaven deze manden op het hoofd naar de schepen die voor de kust liggen te wachten. Dag in dag uit onder de immer brandende tropenzon. Het scherpe zout prikt in handen en voeten en door het felle licht raken veel slaven blind.

Nu, meer dan 150 jaar later, rijden wij vanuit  Rincon naar dezelfde zoutpannen. In een auto met airco, slippers aan de voeten en onze duikuitrusting achter in de laadbak. We passeren plantages die nog tot op de dag van vandaag in gebruik zijn. De slavernij is in 1863 afgeschaft en tegenwoordig wordt er gebruik gemaakt van machines. Jaarlijks wordt hier tot wel 400.000 ton zout gewonnen.

De Zoutpier was één van de vier aanlegplaatsten in de tijd van de WIC.

Voorbij de Zoutpier

Het landschap is bijzonder mooi en de grote zoutpannen kleuren rood door de aanwezigheid van algen en bacteriën. In de tijd van de West-Indische Compagnie (WIC) werd de zoutwinning steeds belangrijker voor het langer conserveren van haring en vlees. De vraag naar zout steeg enorm en Bonaire bleek bij uitstek geschikt te zijn voor de winning van dit witte goud. Op Zuid-Bonaire waren altijd al ondiepe meren en in de tijd van de WIC zijn er extra dijken aangelegd om het proces van het droogleggen van meren te vergroten. Door de zon verdampt het zeewater en zout blijft achter op de bodem.

Voor het uithakken van de bodem werden ongeveer 500 slaven per dag ingezet. In het begin Indianen, maar later vervoerde de WIC tot wel een half miljoen slaven uit Afrika naar Bonaire. Voorbij de Zoutpier komen we aan bij onze bestemming: Red Slave. De onmiskenbare koraalstenen slavenhuisjes zijn gebouwd in 1850 en een aantal staan nog steeds aan de kust. Door deze huisjes hoefden de slaven niet meer buiten te slapen of de lange wandeltocht naar hun dorp te maken. Het zijn zeer kleine huisjes zonder ramen, er pasten precies twee mensen in, maar soms lagen ze er gewoon met zes man in. De twee eeuwen daarvoor sliepen de slaven buiten, er is dus nog geen 15 jaar gebruik van gemaakt.

Restanten Brits Fregat

We parkeren de pick-up tussen de huisjes en bouwen onze duikset op. Het is de meest zuidelijke duikstek op Bonaire, daarom is het belangrijk dat de stroming meewerkt. Teveel stroming naar het zuiden betekent kans op afdrijven en geen kans meer om aan land te komen. De zee is iets onstuimig, maar ik heb goede hoop.

Spannend is het wel, we plannen een diepe duik naar de oude ankers die verloren zijn door de grote zoutschepen in de tijd van de WIC. Er zijn meerdere ankers te vinden, de diepste ligt op ruim 50 meter. Deze grote ankers werden gebruikt om schepen vlak bij de kust te laten komen zodat het zout geladen
kon worden.

Ook liggen er scheepsresten van de HMS Barham, een Brits fregat dat onderweg was vanaf Venezuela. Zij kwam in 1829 in nood doordat ze op een ondiep stuk koraalrif liep. Door het overboord gooien van tientallen kanonnen en ander zwaar materiaal konden ze het oorlogsschip wegslepen. De meeste kanonnen zijn verdwenen onder het rif of jarenlang geleden gelift en geborgen, maar als je geluk hebt, kun je nog resten onder water vinden. Voorzichtig lopen we met onze dubbelset en stage het water in. Je evenwicht bewaren is lastig, telkens als je voet op een stuk steen wankelt, probeert een golf je omver te duwen.

We dalen af naar 40 meter plus.

Ik gebruik mijn stage om niet om te vallen en zo snel als het gaat, stiefel ik naar dieper water. Onze gids Mr. German heeft er minder moeite mee en ligt al op ons te wachten. Ik trek mijn vinnen aan en na wat checks duiken we snel onder. Wat is het zicht slecht! Gelukkig duurt dat maar even, na een klein stukje
zwemmen wordt het snel dieper en het zicht is weer zoals je op Bonaire gewend bent. Er staat ruim 30 meter op de dieptemeter als ik het eerste anker zie, veel ondieper dan verwacht. Maar Mr. German wijst dat we verder moeten, dit is niet het juiste anker. Waarschijnlijk is dit een restant van de HMS Barham.

Nog een anker

Ik vind het nu al gaaf, maar we zwemmen stevig door. Rond de 40 meter ontdekken we opnieuw een anker, ook al is dit wel een van de twee die we zoeken, we gaan eerst door naar de diepste. Op ruim 50 meter ligt het enorme anker, plat, maar vrij van de bodem. Een mooie gorgoon groeit omhoog en beweegt mee in het kleine beetje stroming. Je moet wel weten dat de ankers hier te vinden zijn, tussen al het koraal zou je ze zomaar over het hoofd zien.

De gigantische ankers zijn afkomstig van oude zoutschepen

We zwemmen terug naar het vorige anker en stijgen ongeveer 10 meter. Het is hier weer iets lichter, maar op zo’n diepte is alles blauw en grijs. Mijn lamp verlicht het anker en plots zijn alle echte kleuren zichtbaar. Het anker is groot, maar het blijft een erg klein stukje wrak om op te duiken. Gelukkig is de route terug naar boven zeker zo mooi. Vergezeld van vele visjes en een continue veranderende omgeving stijgen we weer op richting oppervlakte. We hebben nog wat decotijd te gaan, maar dat is in dit warme water echt geen straf.

We hebben nog wat decotijd te gaan, maar dat is in dit warme water echt geen straf.

Zelfs in mijn lange 3 mm pak is een duik van 80 minuten geen enkel probleem. We scharrelen op ons gemak rond en nadat de verplichte stoptijden erop zitten, hebben we nog wat tijd over. Terug aan de oppervlakte is het een bijzonder gezicht om alle slavenhuisjes aan de kustlijn te zien. Vanuit dit perspectief hebben de slaven ‘hun huisjes’ waarschijnlijk maar één keer gezien, bij aankomst na de overtocht vanuit Afrika. Daarna zullen ze urenlang over de zee hebben getuurd, dromend over de reis terug naar hun vaderland.

Een reis die de meesten nooit van hun leven hebben gemaakt. Alleen al dit moment is een reden waarom je een duik bij Red Slave absoluut niet mag overslaan. Of je het nu wilt of niet, het is een groot stuk van onze Nederlandse geschiedenis.

Buddy Dive Tek heeft alle materialen en gassen beschikbaar voor techduikers.

 

Bekijk ook: