Bij meerdere Nederlandse duikstekken kun je zo het water in springen en een veilige duik maken, maar er zijn ook plekken waarvoor je een gebruiksaanwijzing nodig hebt. Neem nu de Oosterschelde: er staat stroming, het zicht is iedere keer weer anders en wat dacht je van de getijden? Teun Schoemaker van Duikschool de Grevelingen in Scharendijke neemt met ons de ‘handleiding’ door tijdens de Oosterschelde Stromingsduiken Specialty.

Tekst: Judith Rietveld Foto’s: René Lipmann

De Oosterschelde is een zeearm van de Noordzee in Zeeland en draagt vanaf 2002 de naam Nationaal Park. De temperatuur verschilt van -2 graden in de winter tot 24 graden in de zomer, waardoor er onderwaterseizoenen zijn. Er kan ook flink wat stroming staan, maar dat heeft weer een groot voordeel voor het mariene leven: het oppervlaktewater van de kust wordt weggevoerd en vervangen door voedselrijke wateren die vanuit de diepte opstijgen. Dankzij deze stroming kan mariene leven goed gedijen want ze krijgen steeds nieuw voedsel aangereikt. Daardoor is er ook een grote biodiversiteit; de Oosterschelde telt maar liefst 250 diersoorten! Er is het hele jaar door dus genoeg te zien. Toch moet je niet zomaar de Oosterschelde in springen, zeker niet als beginner. De stromingen kunnen namelijk heel verraderlijk zijn. Duikinstructeur Teun is een doorgewinterde Oosterscheldeduiker en kent het Nationaal Park van A tot Z. We zitten dus op de goede plek voor onze Oosterschelde Stromingsduiken Specialty. Als eerste duwt hij een klein boekje onder mijn neus met de titel Getijdentabel 2018 Oosterschelde.

Hoogwater en laagwater: hoe werkt het en waar moet je op letten als je wilt duiken?

«Dit boekje is voor alle duikers noodzakelijk die in de Oosterschelde gaan duiken, hierin staan alle hoog- en laagwatergetijden. Hoogwater is het moment van het hoogste waterpeil aan het einde van de vloed en voor de overgang naar eb. Laagwater is precies het tegenovergestelde. De periode daartussen, waarin het waterpeil nagenoeg niet verandert, heet kentering. Hoog- en laagwater wisselen elkaar af rond de 6 tot 6,5 uur. Bij volle en nieuwe maan zijn er hoge getijdenstanden en is er sprake van springtij.» Maar alleen dit boekje is niet genoeg, je hebt nog meer nodig om te bepalen wanneer je kunt duiken. Hij legt een ander blaadje voor me neer, de herleidingstabel. Teun: «De getijdentabellen zijn overgenomen van Hydro Meteo van Rijkswaterstaat en geven kenteringen weer die gelden voor de vaargeul. Als duiker hebben we hier niet zoveel aan omdat we vanaf de kant het water ingaan. Daarom zijn er herleidingstabellen ontwikkeld, gebaseerd op 40 jaar sportduikervaring. Zo kun je per duikstek berekenen wat de beste tijd is om op een bepaalde plek te gaan duiken.» Hoewel het een hoop tabellen zijn, is het aflezen ervan vrij eenvoudig (zie kader). Wel moet er gezegd worden dat herleidingstabellen een kleine afwijking kunnen hebben. Een belangrijke factor die hierin meespeelt is de oosterwind. Indien deze heel sterk is, is de kentering net even iets eerder dan dat je wind mee hebt. Maar op de kant kun je dit zelf snel genoeg waarnemen. «Op de pijlers van de Zeelandbrug kun je een duidelijke rand zien tot waar het water komt te staan. Is het al hoogwater of duurt het nog even? Dit kun je ook goed op de oever zien bij andere duikstekken. Het wordt wel wat lastiger als er veel wind is en er golven staan,» legt Teun uit.

Tsja, deze foto moeten wij uiteraard ook even maken.

Berekening Plompe Toren

De gebruiksaanwijzing van de Oosterschelde wordt me steeds duidelijker en ik krijg zin om het water in te gaan. We zullen twee duiken maken, de eerste bij de Plompe Toren. Teun zet me dus eerst aan het werk hoe laat we kunnen gaan duiken. Bij Plompe Toren staat -15 (HW) en -15 (LW) in de herleidingstabel en hoogwater is om 12.35 uur. De kentering is om 12.20 uur, dus ik stel voor dat we om 12.00 uur te water gaan. Teun is tevreden, ik heb goed opgelet. De tweede duik maken we bij Zoetersbout. Dit is een van de weinige plekken van de Oosterschelde waar je ook buiten de kentering kunt duiken. Toch is Zoetersbout opgenomen in de herleidingstabellen. Ik wil al aan de slag gaan om uit te rekenen hoe laat we hier kunnen duiken, maar Teun is me voor: «We gaan bij Zoetersbout juist buiten de kentering duiken om ook ervaring op te doen met stromingsduiken. Je zal zien dat er in het begin weinig stroming is, maar vanmiddag bij laagwater staat er op 10 meter diepte redelijk wat stroming. Ga je wat ondieper naar 5 meter, dan is het weg. Doordat daar relatief weinig beweging in het water is, is er ook meer zicht. In de Oosterschelde varieert het sterk: het kan drie tot vier meter zijn, maar ook slechts een meter.» Ik vraag hem daarom gelijk wat er dan zoveel invloed heeft op het zicht. «Je kunt beter vragen wat géén invloed heeft,» lacht Teun. «Er zijn zoveel factoren: hoogwater, laagwater, windsnelheden, jaargetijden, onderwateralgen… En als je hier dan ook nog combinaties van krijgt, is het eind al ver zoek!

Wachten op de kentering…

Elegant te water: overal zijn fantastische trappen te vinden.

Sommige duikers beweren dat bij hoog- of juist laagwater het zicht beter is, maar uit ervaring weet ik dat je dat met een korreltje zout moet nemen. Zo wordt gezegd dat met laagwater het zicht bij de Zeelandbrug het beste is, maar dat is niet helemaal waar. Dat is het heerlijke van natuur, we kunnen er geen ruzie over maken want we hebben er niks over te zeggen.» Qua duikuitrusting voor de Oosterschelde heb je niets anders nodig dan normaal. «Zorg er wel voor dat je altijd een boeitje bij je hebt,» benadrukt Teun. «Je hoeft geen moeilijke kompaskoersen te schieten, je duikt altijd langs de dijk. Of je dan precies bij de trap uitkomt is de kunst van het navigeren. Neem twee kilo meer lood mee als je normaal alleen in zoet water duikt.» Ook kun je je bergbeklimmingsuitrusting thuislaten: «Tegenwoordig hebben we vrijwel overal fantastische duiktrappen met leuningen waardoor je elegant het water in loopt. Met je pikhouweel en mes tussen de tanden de dijk beklimmen, behoort tot de verleden tijd,» grapt Teun.

«Het zicht is geweldig! Wel zeven meter!»

Nul meter zicht

Het is tijd om te gaan en eenmaal buiten zie ik dat de wolken zich samenpakken. De lucht wordt grijzer en grijzer naarmate we de Plompe Toren naderen. De wind is guur en het water klotst tegen de stenen. We kleden ons om – allemaal in natpak. Er rijden auto’s voorbij waarvan ik de passagiers zie denken: gaan die echt duiken? We lopen het water in en Teun geeft het sein dat we kunnen dalen. Ik steek mijn hoofd onder water en ben Teun direct kwijt: het zicht is nul. Ineens voel ik een grote hand die de mijne vastpakt en langzaam dalen we af. Het zicht wordt er niet beter op en voordat ik het weet, verschijnt de bodem onder ons. Ik kan nog net voorkomen dat ik op de zandbodem land, ik zie echt geen hand voor ogen! Teun wijst naar iets voor zich en ik ontdek een enorme zeeanjelier. Wat is ie groot! Teun had al verteld dat de Plompe Toren één van de plekken is waar de grootste anjelieren groeien en dat is bij dezen gelijk bewezen. Dat komt omdat er hier veel stroming staat en het dus voedselrijk is. Ik moet haast wel met mijn neus ertegenaan zitten om de anjelieren te zien, maar ze zijn schitterend. Foto’s maken is hier kansloos en zo duiken is niet aan te raden, dus we besluiten al snel om de duik af te breken. Het is me nu gelijk duidelijk hoe veranderlijk het water kan zijn: ik heb heel andere beelden van de Plompe Toren gezien van onze Zeelandfotografen waarbij het zicht toch echt stukken beter was!

Zoetersbout

Een tweede poging volgt bij Zoetersbout. Ook hier blaast de wind behoorlijk over het water, maar Teun belooft dat het onder water beter zal zijn. En hij heeft gelijk: het zicht is geweldig! Wel zeven meter! We zweven langs begroeide oesters en ik tel tientallen krabben in allerlei formaten. Een Oosterscheldekreeft slaat ons gade vanuit zijn hol en meerdere hooiwagenkrabben wankelen op hun hoge poten over de bodem. Er is nauwelijks stroming, hoewel we toch buiten de kentering duiken. We zwemmen een hoek om en ineens word ik zachtjes naar links geduwd. Stroming! In tropisch water word je altijd wel gewaarschuwd omdat je het onderwaterleven ziet meedeinen, hier staat alles gewoon doodstil. Een gekke gewaarwording. We laten ons een stukje meedriften maar erg sterk is de stroming gelukkig niet. We maken een schitterende duik, wat een verschil met de Plompe Toren!

Er is nauwelijks stroming bij Zoetersbout, hoewel we toch buiten de kentering duiken.

Mooiste periode Oosterschelde

De specialty is niet alleen aan te raden wanneer je in de Oosterschelde wilt duiken, maar ook wanneer je goed wilt leren omgaan met stromingsduiken. Dit komt uitgebreid aan bod. Op de vraag wat de mooiste periode is om te duiken in de Oosterschelde, heeft Teun direct zijn antwoord klaar: «Die heb ik niet. Ik kan me nog een periode herinneren dat we twee maanden lang goed zicht hadden. Waardoor weet ik niet, maar bij de Zeelandbrug kon je zo’n negen meter ver kijken. Je zag buddyparen voorbij zwemmen terwijl je normaal geen idee had hoeveel duikers er zich in het water bevonden! Mei vind ik ook een mooie periode, dan zijn de sepia’s er. De Oosterschelde is steeds weer anders en daardoor kun je hier het hele jaar door hele mooie duiken maken. Het verveelt nooit!»

Specialty stromingsduiken

In zowel binnen- als buitenland heb je als duiker te maken met getijden en stromingen. Hoe ga je hiermee om, waar moet je op letten, wat zijn de gevaren en gemakken van stromend water? De cursus is ontworpen als introductie voor duiken in stroming en om jou te helpen bij de ontwikkeling van de vaardigheden, kennis en technieken die nodig zijn voor het duiken in getijdenwater. De Oosterschelde wordt hierbij als leidraad gebruikt.

Vereisten voor deelname: OWD of gelijkwaardig brevet. Duur cursus: maximaal twee dagen. Aantal duiken: twee. Prijs: € 225. Website: www.duikschooldegrevelingen.nl

Bekijk ook: Uniek: octopus in de Oosterschelde