Hoe kunnen ‘bezwarende factoren’ die een hogere productie van koolstofdioxide veroorzaken (zoals beweging) een verhoogd risico op decompressie veroorzaken? In mijn duikcursus werd gesuggereerd dat stikstof aan koolstofdioxide bindt, maar hoe zit dit precies. Is er een fysiologische of biochemische verklaring voor dit verschijnsel?
Nadine Mertens

ANTWOORD

Het lichaam heeft zuurstof nodig om te kunnen functioneren. Bij het gebruik van zuurstof ontstaan afvalproducten, waarvan de belangrijkste koolstofdioxide is. Stikstof is slechts een transporteur. Je kunt het zien als een boodschappenkarretje dat de zuurstof naar binnen brengt en de koolstofdioxide weer naar buiten. Vandaar dat je stikstof ook een inert gas noemt. Hoe meer inspanning geleverd wordt, hoe meer zuurstof nodig is. Hierdoor komt tegelijkertijd ook meer stikstof in het lichaam. Maar hoe meer zuurstof, hoe meer afvalgas er verwijderd moet worden. Dit loopt op een gegeven moment spaak. Er is dan heel veel stikstof in de weefsels en de ‘boodschappenkarretjes’ kunnen er niet allemaal tegelijk uit, omdat de afvoer beperkt is. Je krijgt ophoping van stikstof en zoals we weten geeft dat stikstofbellen. Deze liggen aan de basis van het ontstaan van decompressieziekte. Het probleem heeft dus te maken met verhoogde aanvoer van zuurstof en stikstof bij inspanning. Zie ook pagina 78: het artikel over decompressie.

Anderen lezen ook:  Strakke seals